Somali

De langharige Abessijn

Copyright tekst : K. v.d. Wijk 
Copyright fotomateriaal: Leslie Wal

 

Geschiedenis

Al in de jaren zestig doken er regelmatig verhalen op, dat er in Amerika wel eens langharige dieren in Abessijnennesten voorkwamen. Dit weerhield mij er destijds van om ook een Abessijn uit Amerika te importeren. De introductie van de langhaarfactor in het Abessijnen bestand leek me desastreus!

In 1977 voerde mevr. Broisch uit Keulen de eerste Somali’s in Europa in. Toen ik ze zag vond ik ze schitterend! Ze heetten Foxtail Star Trek en Junee Juel. In 1979 kwam mijn eerste Somali -Nephrani's Royale - uit Amerika naar Nederland. Ze was een mooie maar erg schuwe kat, die voor slechts één nakomeling zorgde, een kater. Deze zoon heeft in FIFé clubs voor vele nakomelingen gezorgd. Al spoedig volgden andere importdieren.

De Somali werd meteen een populaire kat zowel op shows alsook als gezelschapskat. Talloos zijn de verhalen van eigenaren die leuke, onverwachte of opwindende geschiedenissen met hun dier beleefden. Wat denkt u bijvoorbeeld van de Somali die een levende volwassen eend als cadeautje voor zijn bazin thuisbracht!

De grote strijdster voor de rechten van de ’langhaar Abessijn’ in Amerika was Evelyn Margue. Zij ontdekte als medewerkster aan een dierenasiel: ’George’ een prachtige langhaarkat, die daar was afgegeven. Als Abessijnenfokster herkende ze het dier als een Abessijn met halflanghaar. Ze was zo geïmponeerd door de schoonheid van deze kat, dat ze zijn oorsprong wilde achterhalen. Dit lukte, ze wist zelfs de ouders van George te traceren en te verwerven. Met deze dieren fokte ze 5 Somali’s.


Intussen was er een Somaliclub opgericht en leden van deze club beijverden zich om de oorsprong van de langhaarfactor in het Amerikaanse Abessijnenbestand op te sporen. Het bleek dat alle Somali’s een gezamenlijke voorvader hadden en wel de uit Engeland geïmporteerde kater Raby Chuffra. Hij werd op 4 april 1953 in Engeland geboren en in 1953 naar de Verenigde Staten geëxporteerd. Raby Chuffra stamde af van de poes Roverdale Purrkins, die er wel als een Abessijn uitzag maar van onbekende afstamming was.

Omdat men na de oorlog het Abessijnenbestand weer moest opbouwen, gebruikte men daarvoor elke kat die er maar ongeveer als een Abessijn uitzag. Men neemt dan ook algemeen aan, dat het gen voor langhaar via Purrkins in het Abessijnen bestand is ingeslopen. Iedere fokker met enige ervaring weet, dat een recessief gen generaties lang verborgen kan blijven tot twee dieren, die datzelfde gen dragen aan elkaar worden gepaard en de verborgen eigenschap zichtbaar wordt. Zo kan er uit twee korthaar katten onverwacht een langhaar opduiken.

In een gemengd nest van Abessijnen en Somali’s herkent men de langhaartjes meteen na de geboorte. Ze zijn donkerder van kleur en hun vachtjes vertonen golfjes om de nek en op de rug. Ze zien eruit als kleine mollen.

Karakter

We kunnen rustig stellen, dat Abessijnen en Somali's hetzelfde karakter en hetzelfde gedrag vertonen.

In de eerste plaats moet ik zeggen geen intelligentere kat te kennen. Wanneer je met deze dieren samenleeft moet je er rekening mee houden dat je als mens regelmatig het onderspit zult delven als het op slimheid en intelligentie aankomt. Dat moet je kunnen verdragen anders word je er beslist gek van. Ik heb wel eens een Abessijn teruggekregen, omdat de eigenaren niet tegen de kat waren opgewassen en haar op het laatst niet meer konden verdragen. Ik kan me dat wel indenken.


Een van onze eerste Abessijnen kon er ook wat van. Op een keer zouden we een dagje op visite gaan. Alles was geregeld: de katten waren verzorgd en er waren beslist geen open ramen in het huis. Het hele gezin zat al in de auto, maar voordat ik wegreed werd mijn blik naar het dak van het huis getrokken. Daar liep onze Abessijn: elegant en met een blik van: “Zie me eens fijn gaan!” Probeer dan nog maar eens om op tijd op je afspraak te komen! Nee dus.

Hoewel je Abessijnen en Somali’s heel goed in huis kunt houden, verdragen ze het niet om te worden opgesloten. Gesloten deuren zijn een gruwel voor ze, je moet ze vrijheid en ruimte geven, een royale buitenren of een afgeschermde tuin met veel klim en speelmateriaal is het einde. Gewoon loslopen zou nog beter zijn, maar dat is beslist af te raden. Niet alleen diefstal en het verkeer vragen veel slachtoffers, maar er heersen te veel besmettelijke ziekten onder loslopende huiskatten om risico’s te dragen.

Abessijnen en Somali’s zijn meesters in het uitbreken. Laat uw nieuwgebouwde buitenren gerust testen door een Abessijn. Hij zal u in korte tijd van elke tekortkoming op de hoogte stellen. Abessijnen en Somali’s zijn heel aanhankelijk en zijn erg op de mens gericht. Daardoor is het mogelijk om een intensief contact met je kat op te bouwen.


Uiterlijk

Abessijnen en Somali’s zijn tabby's en zelfs in de meest dominante vorm. De daarbij behorende strepen en banden zijn door selectief fokken grotendeels verdwenen. Abessijnen en Somali’s bezitten tevens het dominante gen voor Agouti. Dit betekent dat op iedere haar afzonderlijk een bandering zit met afwisselend donkere en lichte bandjes. Dit wordt ’ticking’ genoemd.

Een Abessijn moet tenminste twee donkere bandjes per haar hebben. Een Somali heeft er op zijn langere haren meestal enige meer. Door het ’ticked-tabby’ patroon is de ticking regelmatig over het lichaam verdeeld, maar de buikzijde is egaal van kleur.


Op de kop zorgt het tabby-gen voor een expressieve en duidelijke scarabee. Over de rug loopt meestal een aalstreep, die doorlopend over de staart eindigt in een donkere punt. Aan deze staartpunt kan men de genetische kleur herkennen. Deze zelfde kleur kan men ook vinden aan de achterzijde van de achterpootjes (de laarsjes) en meestal ook aan de voetzolen. Voor determinatie van de kleur zijn de voetzolen niet maatgevend, de staartpunt is dat wel.

De kleur van Abessijnen en Somali’s is zonder meer bijzonder. Hoewel het genetisch slechts één kleur betreft, manifesteert ze zich als twee kleuren. Er is de kleur van de ticking, de staartpunt en de overige effen gekleurde delen en de kleur van de ondervacht en de buikkleur. De oranje buik- en ondervacht kleur vormt een prachtig en indrukwekkend contrast met de zwarte kleur van de ticking bij de wildkleur Abessijn.

Aanvankelijk kwamen Abessijnen en Somali’s alleen voor in de kleuren wildkleur en sorrel. Nu zijn ze er ook in blauw, fawn, chocolate, lilac, genetisch rood en genetisch crème en al deze kleuren komen ook nog eens voor met een zilveren ondervacht. Voor deze uitbreiding van het Abessijnse kleurenpalet zijn andere rassen ingekruist.


Hoewel vroeger beweerd werd, dat de kleur blauw al vanaf het begin in het Abessijnen bestand aanwezig was, werd onlangs bewezen dat deze kleur er ook via blauwe Burmezen is ingefokt.

Opmerkelijk is dat de Abessijnen en Somali’s over een schutkleur schijnen te beschikken. Ik bedoel daarmee, dat omgeving en licht een grote invloed op hun verschijningsvorm hebben. Ze kunnen als het ware van kleur veranderen. Er stond eens een buurmeisje bij mij voor de deur en riep: “Die groene kat van jou zit in onze tuin!” En het was waar: mijn wildkleur Abessijn leek op het grote gazon groen.

Wat is er mooier dan een Abessijn sluipend door je tuin of een Somali met zijn schitterende pluimstaart in je boom? Als je een tijger zou willen aaien en het leven van een oorspronkelijke kat wilt delen en je bovendien de humor kunt inzien van het feit dat een kat vaak slimmer is dan jij, dan kan ik een Abessijn of Somali van harte aanbevelen.

Ziektes

Omdat Abessijnen en Somali’s nauw aan elkaar verwant zijn en bovendien onderling worden gekruist is het niet verwonderlijk, dat er in beide rassen ook dezelfde ziektes voorkomen. Voor drie ziektes moet men als fokker extra alert zijn en wel: Progressieve Retina Atropie (PRA), Patella Luxatie (PL) en Amyloidose. PRA betreft een erfelijke oogziekte, die tot blindheid bij het betreffende dier leidt. Daarom wordt door betrouwbare fokkers alleen nog maar met katten gefokt, die op PRA zijn getest en negatief zijn bevonden.


PL is een erfelijke ziekte waarbij de knieschijf uit zijn normale positie springt. Het dier kan dan plotseling niet meer lopen. Daarom moet er slechts met dieren, die een negatieve PL test hebben, worden gefokt.

Amyloidose: dit betreft een opeenhoping van eiwit op een bepaald orgaan. Bij Abessijnen komt nieramyloidose voor. Het ziet er naar uit dat de vatbaarheid voor deze ziekte erfelijk is. Daarom worden foklijnen waar amyloidose in is voorgekomen uitgeschakeld. De symptomen van deze ziekte zijn: geen eetlust, doffe vacht, veel drinken en veel plassen en lusteloos gedrag.


Tentoonstellen

Op shows zijn Abessijnen en Somali's niet zelden Best in Show winnaars. Dit is niet zo verwonderlijk omdat er in dit ras schitterende dieren voorkomen. Bovendien is hun persoonlijkheid meestal zo imponerend, dat ze in staat zijn de keurmeester volledig om de vinger te wikkelen. Moeilijk te hanteren katten van dit ras komen nauwelijks voor. Al met al zijn Abessijnen zowel als showdier en als gezelschapskat van harte aan te bevelen.