Siamees / Balinees

Copyright tekst : K. v.d. Wijk 

 

Siamezen, Balinezen, Oosterse Kortharen en Mandarins (Oosterse halflangharen). Deze groep raskatten heeft een aantal zaken gemeen nl. hun kopvorm en hun lichaamsbouw. Ze zijn slank, elegant en heel erg gespierd. Als je ze oppakt zijn ze veel zwaarder dan je in eerste instantie zou vermoeden. Dat komt omdat ze zo enorm gespierd zijn.
De poten zijn lang en fijn van structuur en de voetjes zijn ovaal van vorm. De staart is lang en reikt als je de staart terugvouwt tot aan de schouders. De kopvorm is driehoekig [wigvormig] met grote puntige oren en gedragen op een elegante nek. Opvallend is verder het rechte enigszins gebogen profiel.  De ogen zijn amandelvormig en schuin [oosters] geplaatst.

Al met al zijn deze katten opvallend van uiterlijk en zeer elegant. De Oosters Kortharen, Balinezen en de Mandarins hebben deze lichaamsbouw van de Siamees “geleend”. Maar hoe komen we eigenlijk aan deze rassen? De basis van laatstgenoemde rassen is: DE SIAMEES!
Geschiedenis
De eerste Siamezen werden in 1884 in het Chrystal Palace in Londen geëxposeerd. Ze veroorzaakten een ware opschudding en niemand kon vermoeden wat deze katten teweeg zouden brengen. Iedereen sprak erover. De één vond ze prachtig, de ander vond ze afschuwelijk, zoals eigenlijk nog altijd het geval is.

Hoewel nu pas in de openbaarheid gebracht, waren er al sinds 1871 Siamezen in Engeland. Ze waren door diplomaten en reizigers meegebracht uit Siam, het tegenwoordige Thailand. In de verhalen werden ze met geheimzinnigheid omgeven, zoals roof uit koninklijke paleizen. Maar daar is nooit een bewijs voor gevonden.
Engelse fokkers werden zo enthousiast over dit nieuwe ras, dat al in 1901 de Siamese Cat Club werd opgericht. Door deze club werd ook de eerste rasstandaard (1902) gemaakt, die in grote lijnen nog met de tegenwoordige overeenkomt. De bouw van de toenmalige Siamees was echter niet zo lang en slank als van de tegenwoordige Siamees. De Siamees van heden heeft ook een langere kop en een iets andere oorstand. In feite kwamen de oorspronkelijke Siamezen meer overeen met de genetisch aan hen verwante Burmees.

De eerste Siamezen waren sealpoints. En hoewel er met stelligheid wordt beweerd, dat de eerste Siamezen die naar Engeland kwamen, al genetisch de kleuren blauw en chocolate met zich meebrachten is dit niet met zekerheid te zeggen. Er doken wel blue point kittens in sommige nesten op, maar die werden als miskleur gezien en als “pet” verkocht. Omdat er door het geringe aantal dieren weinig mogelijkheden waren om te fokken, zullen er zeker ook andere rassen voor de fok gebruikt zijn.
Bekend is bijvoorbeeld dat er voor het ontstaan van veel bluepoint Siamezen in het verleden Blauwe Russen zijn gebruikt. Veel Siamezen die de Laurentide lijnen in de stambomen van hun katten terugvinden van na 1952 hebben Blauwe Russen bloed. De effen blauwe katten uit deze kruisingen werden soms weer voor de Blauwe Russenfok gebruikt, wat later bleek uit het feit dat nogal wat Blauwe Russen pointed kittens (dus met Siamese aftekening) kregen!

Het heeft ook lange tijd geduurd voor de hogere oorstand van katten uit deze lijnen weer meer naar de buitenzijde van de driehoekige kop stonden en zo weer een perfecte wig vormden. Vanuit Engeland zijn de Siamezen over de hele wereld verspreid. Hoewel er in de eerste helft van de twintigste eeuw al Siamezen in Nederland waren, heeft het ras zich in de tweede helft van de twintigste eeuw hier pas als populaire raskat gemanifesteerd.
In de jaren zestig en zeventig zijn er veel Siamezen uit Engeland geïmporteerd. Enige namen: Du- Bu- Gallivanter, Helsby Kim Ching, Lancy King Khan. Later kwamen er ook importen uit Scandinavië en Amerika naar Nederland. Naast de Pers was de Siamese kat de meest populaire raskat. Een open klasse van vijftien stuks sealpoint Siamese poezen was destijds geen uitzondering. Kom daar nu maar eens om; zelfs op een rasdag wordt zo’n grote klasse niet meer gehaald!

Karakter
“Is dat een Siamees” vroeg de klusjesman toen hij mijn Abessijnse poes in de keuken voor het raam zag zitten. ”En is hij vals?” voegde hij er even later aan toe. Hieruit bleek maar weer eens, dat de leek op kattengebied elke raskat een Siamees noemt en de Siamees is volgens de leek vals! Zo zie je maar, iedereen kent de Siamees ook al kent hij hem niet! Met hetzelfde gemak worden hem eigenschappen toegeschreven, die hij helemaal niet heeft. Maar het karakter van de Siamees is zonder meer uniek te noemen. Wanneer hij alleen wordt gehouden is hij zelden gelukkig. Ze liggen het liefst met een stuk of wat op het warmste plekje dat er in huis te vinden is en dat is niet zelden uw schoot. Gaat u bijvoorbeeld op de bank zitten dan verschijnen er al gauw enige Siamezen, die u gezelschap komen houden.
Samen het huishouden doen is precies wat een Siamees graag wil. Hij loopt achter u aan en geeft luid miauwend commentaar op alles wat er in huis gebeurt. We zouden het gedrag “honds” kunnen noemen, want ze zijn erg op hun eigenaar gesteld. Door dit karakter is de Siamees ook trainbaar. Je kunt ze dingen leren, maar ook afleren. Vaak zoeken ze een gezinslid als favoriet uit. En dat hoeft niet degene te zijn, die de kat van voedsel voorziet.

Toen ik nog op een zolderkamer in Amsterdam woonde, wist mijn Siamese poes precies te bepalen, wie de trappen opliep. Krijsend liep ze naar de deur als ik de trap opkwam en ze stond me al achter de deur op te wachten! Over het algemeen zijn Siamezen nogal temperamentvol. Hun spelletjes zijn wild, in hun affectie zijn ze opdringerig en als ze krols zijn is dat duidelijk te horen! De Siamees is een ras apart, maar dat durf ik ook van Siamezenliefhebbers en -fokkers te beweren!
Kleuren
De Siamees moet in zijn uiterlijk een contrast vertonen tussen de kleur van zijn points en van de rest van zijn lichaam. Dit contrast in de vachtkleur ontstaat door een erfelijke factor (het gen Ss). Dit gen is er de oorzaak van dat op bepaalde lichaamsdelen de pigmentvorming meer wordt bevorderd dan op andere lichaamsdelen. Dat gebeurt op relatief koudere lichaamsdelen: staart, poten en voeten, snuit en oren. De rest van het lichaam is minder gepigmenteerd (akromelanisme).

Ook de oogkleur van de Siamees wordt ook door het Ss gen gestuurd. Da¬door wordt alleen in het iris-achterblad pigment aangemaakt. Door lichtbreking zien wij zo'n oogkleur als blauw.
Er zijn vier zogenaamde “klassieke” kleuren: a: sealpoint: donkerbruine points

b: bluepoint: grijsblauwe points

c: chocolatepoint: melkchocoladekleurige points

d: lilacpoint: rozeachtig grijze points

Verder zijn er nog kleuren, die van andere rassen zijn “geleend".

Redpoint: oranje rode points

Creampoint: koel creme points

Apricot point: warme diepcrème points

Tortiepoint: tweekleurige points

Cinnamonpoint: kaneelkleurige points

Fawnpoint: zandkleurige points

Caramelpoint: donkere lilackleurige points met metaalglans
Bovendien kunnen al deze kleuren ook nog eens in een tabby patroon voorkomen en heten dan tabbypoint Siamezen. Al deze kleuren kunnen bovendien ook voorkomen met een zilverkleurige ondervacht. Ze worden smoke point genoemd als het effen of tortie points zijn of silver point als het tabby points zijn.

Er waren zelfs in 1944 al silver tabby point Siamezen, getuige de foto in The Siamese Owner’s Cat Encyclopedia van Mary Dunnill: Mimi (geboren 1944) en haar dochter Me Nam (geboren 1949). Er bestaat ook nog een geheel witte kat van oosters type en met stralend blauwe ogen: de Foreign White. Dit is genetisch eigenlijk een Siamees met een wit jasje aan. Hij behoort ook tot de Siamezen. Het witte jasje is van de witte huiskat “geleend”, maar voor de rest is het op en top een Siamees. Dit ras werd in de jaren zestig al in Engeland gecreëerd. In de jaren zeventig volgde een nog steeds bestaande Nederlandse foklijn.
Invloed op andere rassen
De Siamees heeft veel invloed gehad op andere rassen. Zowel de kleur als het type is door andere rassen van de Siamees “geleend". Om enige te noemen: de colourpoint Pers, de colourpoint Britse Korthaar, de Si-Rex, de Heilige Birmaan, de Ragdoll, de Snowshoe, de Balinees (plus lichaamsbouw). Zij hebben de kleur van de Siamees overgenomen. De Oosterse Kort- en halflanghaar (Mandarin) heeft de lichaamsbouw van de Siamees overgenomen. Daarnaast zijn er ook Siamezen gebruikt bij het ontstaan van de Ocicat, de Peterbald, en de Neva Masquerada (Pointed Siberian)

De Balinees
Balinezen komen van het Indonesische eiland Bali. Of niet soms? Nee, de naam Balinees hebben we te danken aan de Amerikaanse fokster Mrs. Helen Smith (Merry Mew Cattery). Zij gaf deze naam aan de halflangharige katten van Siamees type en met het Siamese vachtpatroon, omdat ze haar aan Balinese Tempeldanseressen deden denken. Met Bali heeft dit ras dus niets te maken. De Balinees is een Amerikaanse schepping. Hoewel ook in Nederland aan dit ras is gewerkt.
In 1979 werden op een Neocat show in Utrecht een groep van negen halflangharige katten met een seal-point Siamees patroon uitgebracht (eigenaresse Mevr.J.W.Bergsma-Stheeman). Mevr.Bergsma wilde haar katten, die oorspronkelijk voortgekomen waren uit huiskatten en een ongekastreerde kater met een Siamees patroon, graag als ras geregistreerd zien. Bij Felikat had ze al eens geprobeerd om ze als Kmer katten in het stamboek te laten opnemen, maar dat was niet gelukt.

Op de Neocat show (1979) werden deze katten door de Engelse keurmeester Grace Pond gekeurd en gedetermineerd. Enkele dieren kregen het fiat om mee door te fokken als Balinees. Pas toen Mevr. Hanneke Staal enige dieren van Mevr. Bergsma in bezit kreeg, kon er aan type verbetering worden gewerkt. Gelukkig waren er enige fokkers, die Balinezen uit Amerika importeerden. Zo kwamen er twee chocolate-point Balinezen naar Nederland: De kater Deri’s Coco Jo en de poes Deri’s Chocolate Sharon.

Toen uit Engeland de blue-point kater Cheldene Firework werd geimporteerd (door Mevr. Staal) kwam er schot in de typeverbetering van de toenmalige Balinezen. Er volgden nog vele importen. Door de import van de Red-Point kater Northstar Zephyr uit Engeland gehaald door Peter Siffels werden er ook tortie-cream- en redpoints aan het kleurenpalet toegevoegd. Tabby points volgden o.a. de kater Berkly’s Pelgrim.

Om het type sneller te verbeteren werden Balinezen aan uitmuntende Siamese katers en poezen gepaard. Hieruit ontstonden kortharige Siameesjes, die echter wel de factor voor langhaar droegen en die uiterst belangrijk waren voor het fokprogramma. De zgn varianten mogen alleen aan Balinezen worden gepaard om niet een ongewenst langhaar-gen in de Siamezenpopulatie te introduceren.

Maar weet u dat er ook een geheel witte Balinees bestaat? Dit is eigenlijk een (half)langharige Foreign White! Het is de creatie van Anneke Wilmering. Zij liet haar Balinese poes dekken door een (korthaar) Foreign White kater. Hieruit ontstonden zgn varianten. Met de witte variant poes Astrid Pheline De Roccamara zette zij haar lijn voort. En na enige generaties bereikte zij het gewenste resultaat: een stralend witte kat, met halflange vacht van zijdekwaliteit, Siamees van lichaamsbouw en kopvorm en met stralende blauwe ogen!

Ziekten
Hoewel vroegere problemen met de gezondheid van de Siamees door selectief fokken en met uitsluiting voor de fok van dragers en mogelijke dragers grotendeels zijn opgelost, heeft zich een nieuwe ziekte aangekondigd, die vooral Siamezen, Oosterse kortharen en Abessijnen lijkt te treffen nl: Amyloïdose.

Amyloïdose is een verzamelnaam voor een groep van ziektes, die zich laat kenmerken door een abnormale eiwitafzetting. Bij Abessijnen (en Somali’s) is er vooral sprake van eiwitafzetting in de nieren, bij de Siamezen (Balinezen en Oosterse Kortharen) is er vooral sprake van eiwitafzetting op de lever. Het lijkt er soms op dat deze ziekte erfelijk is, maar ze komt ook voor in cattery’s waar de katten onverwant zijn en waar een groot deel van de katten aangetast zijn; het fijne weten we er nog niet van.