Oosters Korthaar / Mandarin

Copyright tekst : K. v.d. Wijk 

Toen in 1884 voor de eerste keer een paartje Siamezen werd tentoongesteld in het Crystal Palace in Londen, kon niemand er ook maar het flauwste vermoeden van hebben gehad, wat deze katten zouden teweegbrengen. De bouw van de toenmalige Siamezen was echter niet zo slank en elegant als de bouw van de tegenwoordige Siamezen. Ze waren namelijk middelslank, hadden een enigszins ronde kop en de oren waren nogal hoog op de kop geplaatst.
In feite leken ze veel op de genetisch aan hen verwante Burmezen. De Burmezen hebben dit type en deze lichaamsbouw behouden, maar de Siamezenfokkers hebben zich er op toegelegd om de Siamees eleganter van lichaamsbouw en met een langere kop te creëren.

Siamezen hebben een grote invloed gehad op het ontstaan of de creatie van andere kattenrassen. Sommige rassen hebben de spectaculaire Siamese aftekening van de Siamees “geleend” om iets nieuws te fokken. Denk o.a. maar eens aan de Perzisch colourpoint, de Heilige Birmaan, de Ragdoll en de Si-Rex. Een ander ras heeft juist de lichaamsbouw en het temperament van de Siamees “geleend”. En over dat laatste ras gaat dit artikel .

Geschiedenis
Barones von Uhlmann (een Engelse dame met een Duitse naam) zat bij het haardvuur en staarde naar haar chocolatepoint Siamees. Ze realiseerde zich, dat het heel mooi zou zijn als ze de bruine pointkleur van haar Siamees op een effen gekleurde kat kon fokken. Ja, een effen bruine kat, dat wilde ze de komende jaren gaan fokken.

Nu was Barones von Uhlman niet de eerste de beste in de kattenwereld. Ze wist veel van genetica en van katten en haar plan stond vast. Het moest een egaal bruine kat zijn met het elegante lange en gespierde lichaam van de Siamees met een wigvormige kop en met groene ogen. Haar catterynaam was Roofspringer. Ze wist nog een paar fokkers voor haar plan te winnen en gezamenlijk stelde men een fokplan op en men sprak af om elkaar bij het plan terzijde te staan. Als fokkers gaan samenwerken om iets nieuws te creëren dan speelt men elkaar de beste katten toe en zorgt men gezamenlijk voor goede tehuizen voor dieren die niet voor verdere fok geschikt zijn.

Wat ging men doen? Barones von Uhlmann paarde haar chocolatepoint kater aan een gitzwarte huiskat. De kittens die geboren werden waren allemaal zwart! Wat is namelijk het geval: het Siamese patroon en de chocolate kleur zijn allebei recessief aan de kleur zwart! Maar de zwarte kittens uit deze combinatie dragen wel allemaal een factor voor Siamees en een factor voor de kleur chocolate.

Mrs. Von Uhlmann gaf een poesje aan Mrs.Fisher (Praha cattery), die de fok voortzette door het zwarte poesje aan haar chocolatepoint Siamese kater te paren. Mrs. Von Uhlmann paarden twee zwarte kittens aan elkaar. Zo ontstonden achtereenvolgens Praha Gypka (juni1953) en Roofspringer Peridot (1954).

Jammer voor de foksters, maar dit waren helaas niet de allereerste bruine katten van (ongeveer) oosters type. Uit een experimenteel fokprogramma om een nieuw ras (Perzische Colourpoint) te fokken ontstond min of meer toevallig de bruine kater Elmtower Bronze Idol. Hij was het kleinkind van de paring van de seal point siamese poes Tsui Chow x een langharige zwarte huiskat. Zij produceerden o.a. Elmtower Susannah, een zwarte poes. Deze zwarte poes werd gedekt door Tombee. Een seal point kater uit Tsui Chow x Park Hill Tritoma, ook een seal point. Deze halfbroer-halfzus kruising produceerde Elmtower Bronze Idol op 24-10-1952, de eerste effen chocolate kater.

Door de linebreeding was het type al aardig in de goede richting gekomen maar had natuurlijk nog de nodige tekortkomingen. Met deze katers ging men aan de slag om het gewenste fokdoel te bereiken. Men noemde het nieuwe ras Havana. In 1958 werd het ras erkend door de Engelse GCCF. Al in 1956 ging een paartje Havana’s naar Amerika waar men verder ging met deze nieuwe kleurslag en het type van die tijd vasthield.

In de jaren zestig kwamen de eerste Oosters Korthaar Havana’s (Oosters korthaar) naar Nederland. Mevrouw de Haas importeerde uit Engeland de kater Crossways Heritor en dhr. Damsteeg importeerde een kater en een poes: Revel Chestnut Flame en Senlac Hybeana. Crossways Heritor zou nog een rol gaan spelen bij de fok van de kleur cinnamon in Nederland!

Natuurlijk waren er tijdens dit fokprogramma ook andere effen kleuren ontstaan zoals effen zwart, blauw en lilac. Het zou logisch zijn geweest als deze kleuren ook meteen erkend zouden zijn, maar nee hoor, de Britse GCCF registreerde deze dieren als AOV ras nr.26, “overige kleuren” zouden wij zeggen. Toch lag het in de lijn der verwachting, dat ook deze kleuren t.z.t. zouden worden erkend, maar dat duurde nog vele jaren.

Oosterse katten, dat wil zeggen katten van het Siamese type, zonder de Siamese aftekening, zijn allemaal ontstaan uit experimenten van Siamezen met andere rassen of met huiskatten. Soms waren die kruisingen gepland, soms was het een zogenaamd “ongelukje”. Zo ontstonden de Oosterse tabby’s uit een kruising van een Siamees en een tabby huiskat, de Oosterse ticked tabby’s uit een kruising van een Siamees met een Abessijn. Ik kan me nog herinneren dat er in de jaren zeventig van de vorige eeuw ook bij ons nogal eens kittens werden geboren uit de combinatie Siamees en Abessijn. We noemden ze liefdevol ‘’Siasijntjes” en ze werden gewone huiskatjes. Tot er fokkers op het idee kwamen om ze de status van ras te geven.

Toen er een standaard moest komen gaf dat wel wat problemen; er waren nl. fokkers, die ze er net zo als Abessijnen wilden laten uitzien. Anderen wilden het ticked patroon op het lichaam handhaven, maar op de poten, de staart, de kop en de hals moesten duidelijke strepen te zien zijn. Om geen verwarring met de Abessijn te krijgen en om inteelt in de komende generaties te vermijden, werd voor het laatste gekozen.

Toen men eenmaal het juiste type had gefokt, was het niet moeilijk om nog meer kleuren te creëren. Men kon zijn Oosters Korthaar door een Siamees in de gewenste kleur laten dekken of zijn Siamees door een Oosters Korthaar. Op deze manier, uit wat men toen “experimentele fok” noemde, is een scala van kleuren ontstaan. Toen er later Balinezen (Siamezen met een halflangharige vacht) waren, ontstond de mogelijkheid om Mandarins (Oosterse halflanghaarkatten) te gaan fokken.

Karakter
Niet alleen lichaamsbouw en kopvorm hebben de Oosterse Kortharen en Mandarins van de Siamezen ,,geleend” ook het karakter is hetzelfde als van de Siamees. Ze hebben iets “honds” over zich. Ze praten met je en doen dolgraag samen met jou het huishouden. Omdat je zo’n goede band met ze kunt opbouwen zijn ze ook trainbaar. Je kunt ze bepaalde zaken heel goed aan- of afleren. Kijk, een kittentje boven in de gordijnen mag dan heel grappig zijn, een volwassen kat in je gordijnen is dat bepaald niet. Zo gauw mogelijk afleren is dus het parool. Een gericht straaltje water uit de plantenspuit verricht in zo’n geval wonderen!

Verder zijn ze heel speels en aanhankelijk. Ze hollen graag achter een balletje of een propje papier aan. Apporteren is ook een leuk spelletje, dat ze eindeloos kunnen herhalen. Het zijn het allemansvriendjes. Ze liggen liever in een knoedel soortgenoten op je bank dan alleen. Warmte is ook zeer belangrijk. Opgerold in een klein mandje op de centrale verwarming of met z’n allen op je schoot is het einde voor ze. Het is net als met Siamezen: je houdt van dit aanhalige karakter of juist niet!

Kleuren
Zwart (ook wel Ebony genaamd). Vanaf de eerste raskruisingen om Havana’s te fokken ontstonden al zwarte katten. Ze werden als dragers van de bruine kleur gewaardeerd, maar niet als zelfstandige variëteit. Dit veranderde toen de destijds bekende fokster en publiciste Dagmar Thies (Ayu cattery) zich toelegde op het fokken van effen zwarte Oosters Kortharen. Zij bedacht ook de naam Ebony. Een naam die nog steeds door velen wordt gebruikt. De kleur van de vacht moet glanzend en diepzwart zijn tot op de haarwortels, zonder roestige tint en zonder enige tabbytekening (ghostmarking).

Chocolate (ook wel Havana genaamd) is warm chocoladebruin, zonder ghostmarking en tot op de huid doorgekleurd. Ook de Oosters Korthaar blauw behoorde al vanaf het begin van het fokprogramma tot de mogelijkheden. Hoewel alle tinten blauw zijn toegestaan heeft de middelblauwe kleur de voorkeur. Roestbruine vlekken, tabbytekening en witte haren zijn ernstige fouten.

Lilac (soms ook Lavendel genaamd) is door het in fokken van zowel de bruine als de blauwe kleur in de eerste Havana’s die een dubbele factor voor bruin en een dubbele factor voor blauw bezaten,ontstaan. De vachtkleur van deze katten is noch blauw, noch bruin, maar lichtgrijs met een zweem van oudroze. Uit afstammelingen van de eerste Havana importen werd de eerste Nederlandse lavendel kater Druid van Martaban geboren.

Een lichtbruine variant van de chocolate kleur is cinnamon. De naam betekent kaneel en inderdaad heeft deze kat de kleur van uitgestrooid kaneel. In de tweede helft van de jaren zestig besloot Maria Falkena haar rode Abessijnse poes te laten dekken door haar Engelse Havana kater om te kijken of de kleur van haar Abessijn echt rood was of niet. Het resultaat was allemaal chocolate ticked kittens! Dus het rood was niet genetisch rood anders hadden alle poesjes torties moeten zijn.

Ze liet ook nog een tortie poes (uit een spotted Afrikaanse steppekat en een ongeregistreerde rode huiskat) dekken door een rode Abessijnse kater. Het kind uit deze laatste paring werd door een rode Abessijn gedekt en daaruit onstonden de eerste “kaneelbeschuitjes” zoals Maria haar katjes noemde, de eerste cinnamon ticked tabby Oosters Kortharen o.a. Choco Satin van Mariëndaal. Ze deed nog meer kruisingen tussen mooie lichte Siamezen en “Rode” Abessijnen en ze kreeg steeds in de tweede generatie cinnamon kittens. Maar daar er niemand destijds in deze kleur geïnteresseerd was gingen ze later op in haar chocolate OKH fok.

Vele jaren later ontstonden daaruit weer cinnamons toen een Engelse havana kater die cinnamon droeg naar Nederland kwam en daaruit zijn de hele mooie warme cinnamons van Maria Falkena in Nederland ontstaan. Omdat Engelse fokkers de genetische kleur van de sorrel Abessijn ook wilden onderzoeken, paarde men een sorrel Abessijnse kater aan een fokzuivere sealpoint Siamese poes. Met opzet gebruikte men een fokzuivere sealpoint, omdat men andere kleurfactoren wilde uitsluiten. De bastaard kittens zagen er uit als niet erg mooie Abessijntjes.

Ze werden onderling gepaard en men had al in de eerste generatie geluk. De factoren voor sorrel en de factoren voor effen (non-agoeti) werden in één dier gecombineerd. Zo werd in 1971 in Engeland de eerste Oosters Korthaar cinnamon geboren: Southview Pavane.

De combinatie van cinnamon met blauw heet fawn. De kleur lijkt op nat zand. Er kan soms verwarring met lilac ontstaan, maar de kleur fawn is warmer en geler van tint. Bij tabby’s is de kleurdeterminatie moeilijker, al heeft men steun aan de kleur van de staartpunt en de haren op en rondom de voetzolen. De kleur caramel kleur zit tussen chocolate en blauw in. Het is een moeilijk te onderscheiden kleur, vooral omdat de kleur nogal wisselt, de ene dag meer bruin en de volgende dag veel blauwer van tint. De kleur is ontstaan door de inbreng van zilver (via zilver Perzen) in de Oosters Kortharen en ook via de tabbypoints in de Siamezen. Er zijn drie tinten: blue-based caramel wat vrij blauw en donker van tint is met bruinige waas, lilac-based caramel wat soms op chocolate lijkt met een blauw waas en als laatste fawn-based caramel, wat heel warm lichtbruin van kleur is met een blauwgrijs waas en met roze voetzolen. Vooral bij tabby’s goed te herkennen aan de metaalachtige glans in het tabbypatroon op de kop.

De kleur rood moet diep warmrood zijn en het liefst zonder strepen en vlekken. Egaal van tint tot aan de haarwortels. Ook de kin en de staartpunt mogen niet licht van kleur zijn. Effen rode katten zijn moeilijk te fokken doordat de rode kleur het tabbypatroon niet kan verbergen. Alleen door de juiste partners te gebruiken (liefst ticked tabby) en streng te selecteren bestaat de mogelijkheid om –bijna– streeploze rode katten te fokken.

Wanneer de kleur rood met blauw wordt verdund ontstaat de kleur crème. Voor crème geldt dezelfde moeilijkheid als voor rood. Dikwijls zal de crème kleur te donker of te warm van tint zijn, want de standaard verlangt een lichte kleur koel crème zonder strepen of vlekken. Egaal van tint tot op de haarwortels. De apricot is een crème kat die de factor voor caramel heeft. De kleur is heel diep en warm crème met een blauw tot lila waas, vooral goed zichtbaar op de tabby strepen in het masker.

Torties kunnen in elke combinatie met kleur voorkomen, zoals : seal tortie, blue tortie, chocolate tortie, lilac tortie, cinnamon tortie, fawn tortie, caramel tortie. Voor alle kleurslagen geldt dat de kleuren in gelijke mate over het lichaam verdeeld moeten zijn. De poten en de oren moeten gevlekt zijn. Voor fokkers is dit een onmogelijke opgave, omdat men de kleurverdeling niet kan beïnvloeden. Bij de beoordeling van torties geef ik meer punten aan het type en de vachtkwaliteit dan aan de kleurverdeling.

Naast de Foreign White met de Siamees blauwe ogen komt ook de Oosters Korthaar wit voor. Deze oosters gebouwde kat heeft echter, net als alle Oosters Kortharen, groene ogen. Soms ook odd-eyed, maar dat is niet toegestaan.

Geschiedenis van de tabby
In 1966 werd Angela Sayers (een Engelse keurmeester en publiciste) gevraagd om een nestje tabbypoint Siamezen te bekijken. Het bleek dat de moeder van het nest een tabby was van oosters type. De vader van het nest was een tabbypoint Siamees. Eén van de kittens was een Oosters Korthaar mackerel tabby. Ze was zo elegant en zo oosters van bouw en kopvorm, dat Mrs. Sayers haar kocht en met deze poes een begin maakte met de fok van Oosters Korthaar tabby’s. Ze legde zich er op toe om katten te fokken, die oosters van bouw waren en een duidelijke tabby tekening hadden.

In 1970 exposeerde ze voor het eerst haar dieren op de Kensington Kitten- en Castratenshow en er was veel belangstelling voor haar katten. Tabby’s komen voor in de volgende patronen:

Spotted tabby: er moet een duidelijke en scherpe aftekening bestaan tussen de grondkleur en de duidelijke spots. Helaas komen er in dit patroon vaak “gebroken strepen” voor. Ook is het patroon vaak niet op beide lichaamszijden gelijk. Een moeilijk te fokken patroon.

Mackerel tabby: dit is het verticaal gestreepte patroon. Bij huiskatten zien we vaak prachtige mackerel tabby’s.

Blotched tabby: het classic of blotched tabby patroon is heel spectaculair, de strepen zijn breed en vormen op het lichaam een zgn. oesterpatroon en op de schouders een vlinder.

Marbled tabby: niet hetzelfde als blotched maar met brede strepen en zonder vlinder of oester tekening; het schijnt een variant van blotched te zijn (want als men steeds marbled x marbled kruist komt men weer uit op blotched). Komt o.a. voor bij de Australian Mist, de Bengaal en sommige Oosterse kortharen.

Ticked tabby: dit tabbypatroon komt o.a. voor bij de Abessijn. Op de kop, de staart en de poten zien we de gewone tabbytekening met smalle strepen en op het lichaam is de tekening afwezig. Het lichaam is bekleed met haren die ticking vertonen.

Voor alle tabby’s geldt dat bij twijfel aan de genetische kleur men die genetische kleur altijd terug kan vinden in de kleur van de staartpunt!

Particolour of Witgevlekt: alle Oosterse katten kunnen ook nog voorkomen “met wit”. Hierin bestaat een enorme variatie, maar bij de Oosterse katten moet het witte gedeelte tenminste éénvierde en nog liever éénderde bedragen. De keurmeester Yvonne Kleyn heeft zich voor deze variëteit ingezet. Ze had als aanvangsdieren in de eerste plaats een slanke huiskat en ze heeft later een Amerikaanse Cornish Rex ingezet. Na jarenlang experimenteren verschijnen er nu schitterende particolour Oosterse katten op de tentoonstellingen.

Al deze katten kunnen ook nog voorkomen met een zilveren ondervacht. Zo zijn er smokes (effen met zilver), silvertabby’s en silver tipped Oosters Kortharen en Mandarins.

Onderhoud: De vacht van zowel de Oosters Korthaar als de Mandarin is niet moeilijk te onderhouden. Een wekelijkse borstel- en kambeurt is alles wat ze nodig hebben.