Noorse Boskat

De kat uit het hoge noorden

Copyright tekst : K. v.d. Wijk 

 

Inleiding
De Noorse Boskat behoort tot een groep van drie halflangharige raskatten, die in eerste instantie op elkaar lijken. Misschien is het wel zo, dat ze een gezamenlijke geschiedenis hebben. Ik bedoel met die drie rassen: de Maine Coon, de Siberische kat en de Noorse Boskat.

Feit is dat de langhaarvacht in Oost Rusland, waarschijnlijk als mutatie, is ontstaan. In een bergachtig gebied met erg koude winters konden langharige katten zich natuurlijk het beste handhaven en overleven. Van daaruit zijn de katten op een of andere manier over de wereld verspreid. Hoe? Het meest voor de hand liggend is, dat dit door handelaren is gebeurd. Hoewel katten al in de oudheid een belangrijke inbreng hadden in de bestrijding van ongedierte, moeten we ook beseffen, dat er natuurlijk altijd al mensen zijn geweest, die van katten hielden. En voor bepaalde mensen moet een katje met een aantrekkelijke lange vacht nog begeerlijker zijn geweest dan een kortharig katje. En handelaren hebben altijd al aan de vraag van kopers proberen te voldoen, enkel en alleen om er aan te verdienen.

Hoe de Noorse Boskat in Scandinavië is gekomen is tot op heden een raadsel. De Noorse Boskat als resultaat van kruisingen van huiskatten met Perzen is niet aannemelijk, omdat er pas in de twintigste eeuw Perzen naar Scandinavië zijn gekomen. Ook zijn zoölogen er van overtuigd, dat er geen inheemse katten in Scandinavië voorkwamen. Komen we toch weer terug op handelaren!

Levend in verschillende delen van de aarde hebben de drie rassen zich apart ontwikkeld en hoewel ze nog op elkaar lijken, zien ze er bij nadere beschouwing toch heel anders uit. Wanneer we drie uitmuntende vertegenwoordigers van de verschillende rassen naast elkaar laten zien, zijn de verschillen en de overeenkomsten duidelijk te zien.

Iets dergelijks is met de Nederlandse taal gebeurd. In de 17e eeuw werd door de VOC een rustplaats voor schepelingen, die op weg naar Indië waren, in Zuid-Afrika gecreëerd. Naar deze plaats gingen veel Nederlandse emigranten. Zij namen hun taal mee, maar door de grote afstand en de weinige communicatie tussen Nederland en Zuid -Afrika ontwikkelde het Nederlands zich in Zuid Afrika op zijn eigen wijze. Als we goed opletten kunnen we het Zuid Afrikaans nog wel verstaan, maar er zijn toch grote verschillen ontstaan.

Geschiedenis
De eerste publicaties over een langharige “wilde kat’’ zijn rond 1835 beschreven in oude volksvertellingen. In die sprookjes werden de grote katten met hun lange ruige staarten Trollkat of Hulderkat genoemd. Ook in de Noorse Mythologie is er sprake van katten. De Godin Freya (godin van de vruchtbaarheid) placht in een wagentje door de wolken te rijden. En dat wagentje werd door twee enorme katten getrokken. Noorse Boskatten natuurlijk!!

Bij veel mensen was de Boskat bekend. Ze leefden half wild, half tam in de buurt van afgelegen boerderijen. En bij slecht weer vast ook wel in de boerderijen. Ze voedden zich met jagen op knaagdieren en vissen. Door verschillende oorzaken werd het ras toch wel bedreigd (o.a. door vermenging met kortharige huiskatten) en daarom werd er in de jaren zeventig van de 20e eeuw door een groep katten liefhebbers een club (Norske Rasekattklubbers Riksforbund) tot behoud van het ras opgericht.

Het doel was dit nationale ras te behouden en voor uitsterven te behoeden. Men moest een begin maken met de opbouw van het ras. Om in aanmerking te komen voor erkenning van zijn halflangharige huiskat als een echte Noorse Boskat, moest men de kat laten keuren door een zgn. fokraad. Deze fokraad bestond uit fokkers, keurmeesters en genetici. Deze fokraad was erg streng in haar beoordeling en daarom werden slechts weinig katten tot het stamboek toegelaten. Inmiddels is het stamboek allang gesloten, hetgeen ik persoonlijk jammer vind. Soms zie ik in Scandinavië in de huisdierenklasse halflangharen, die zo als Noorse Boskat mee zouden kunnen concurreren.

Bekend is de kater Pans Truls, die als een ideaalbeeld gold. Deze kater was in het bezit van de Oslose familie Nyland. Over het ontstaan van Truls bestaan twee verhalen.

Verhaal één: Truls was plotseling vanuit het bos bij de familie Nyland komen aanlopen. Ze maakten foto’s van hem en toonden die foto’s aan een lid van de bovengenoemde fokraad. Deze persoon zag in Truls de ideale Noorse Boskat.

Verhaal twee: Truls was geboren uit de kortharige huispoes van de familie Nyland. In ieder geval werd met Truls als vader op 17 april 1974 het eerste geplande nestje Noorse Boskatten geboren.  (noot webmaster: dit verhaal is correct, er is een foto van Truls in een mand met zijn kortharige moeder Lucy. Truls verdween op latere leeftijd in het bos en is nooit meer teruggevonden)

Omdat men met in feite, wat afstamming betreft, onbekende katten een ras ging opzetten waren er natuurlijk ook ongewenste eigenschappen het ras binnen geslopen. Bovendien werd maar met een beperkt aantal katten gefokt, hetgeen de “genen pool” heel beperkt maakt. Door het enthousiasme van de fokkers en de “NNR” lukte het om in 1977 het ras door de FIFè te laten erkennen. Omdat er vanwege de strenge quarantainebepalingen geen katten meegenomen konden worden naar de erkenningsvergadering van de FIFè in Parijs, hadden de Noorse afgevaardigden prachtige foto’s, gemaakt door Tom Jensen, meegenomen.

Toen het ras eenmaal erkend was, is er een ware zegetocht van de Noorse Boskat op gang gekomen. Tegenwoordig zijn de halflangharen zoals de Noorse Boskat en de Maine Coon hele populaire huis- en tentoonstellings katten. Geen wonder want het zijn uitstekende huisdieren, die gezond zijn en niet overmatig veel onderhoud vergen. In het voorjaar bij de rui verliezen ze hun onderwol en in die tijd moet men de katten echt dagelijks borstelen, maar de rest van het jaar is een wekelijkse borstelbeurt voldoende.

Hoe ziet de Noorse Boskat eruit?
De Noorse Boskat is vrij lang en heel gespierd. Ook de poten zijn vrij lang en hij heeft ronde voeten. Tussen de tenen zitten haarplukjes, die tijdens het lopen in de sneeuw wegzakken in die sneeuw moeten voorkomen. De achterpoten zijn iets langer dan de voorpoten, katers zijn als ze volwassen zijn ongeveer acht kilo en poezen ongeveer zes kilo zwaar.

Als men lijnen trekt van de neuspunt naar de buitenste punten van de oorbasis dan vormt dat een gelijkzijdige driehoek. Tussen de oren is ruimte voor tenminste een oorbreedte. Op de oren liefst pluimpjes. De oren wijzen [in profiel gezien iets naar voren]. Het binnenoor is goed behaard. Door die beharing lijken de oren vaak kleiner dan ze in werkelijkheid zijn.

De ogen zijn licht amandelvormig en iets schuin geplaatst. Elke oogkleur is toegestaan. De blik in de ogen wordt beschreven als “wildlook’’ en als typisch voor het ras. Het profiel is recht en gaat over in een vlak voorhoofd. De kin is sterk en het gebit moet sluitend zijn.

Door zijn bijzondere vachtstructuur is de Noorse Boskat uitstekend tegen het koude en vaak natte weer van Scandinavië opgewassen. Die vacht bestaat nl. uit dikke onderwol en daaroverheen liggen lange waterafstotende (vettige) dekharen. De meeste dekharen liggen over de rug en over de zijkanten van het lichaam en over de staart. Die dekharen bedekken lichaam en staart als een regenjas. Opvallend is ook de lange en sterke beharing aan de binnenkant van de oren. In de winter kunnen die haren behoorlijk lang worden. Door deze speciale vacht kan de kat goed warmte vasthouden, hetgeen natuurlijk heel belangrijk is voor een kat, die in een ruig klimaat moet leven.

Ook de staart, die lang is en tenminste tot de schouder reikt, heeft in dit opzicht een belangrijke functie. De Noorse Boskat kan de lange waterafstotende staart als een sjaal om zich heen slaan, als hij gaat liggen slapen.

De Noorse Boskat heeft verder een zgn. bef en een zgn. broek (dat zijn de lange haren aan de achterpoten). In de zomer verliest hij de ondervacht.  Zwart, blauw, rood en crème en de bijbehorende torties zijn toegestaan met of zonder silver. Tabby’s in dezelfde kleuren. En de “kleur” wit. Het tabbypatroon en de duidelijkheid van het tabbypatroon speelt geen rol in de beoordeling. Persoonlijk vind ik het jammer, dat de standaard geen waarde hecht aan de duidelijkheid van het tabbypatroon, want een mooie duidelijke tabbytekening verhoogt de aantrekkelijkheid en de schoonheid van de kat. Wat mij betreft had de standaard daar wel wat punten voor mogen inruimen. Elke hoeveelheid wit is toegestaan.

Persbericht
Op de vergadering van de FNK dd 21 aug 2010 is besloten om bij de Noorse Boskat de erkenning van de kleur Amber zoals deze gehanteerd wordt door de FIFe over te nemen. In de door de FIFe erkende varieteiten. agoeti en non-agoeti. Vanaf heden heeft de kleur amber en de bijbehorende variëteiten de CAC-status . Amber kleuromschrijving? Klik hier Het FNK heeft aan de CAC-lijst van de Noorse Boskat de volgende kleuren toegevoegd:

  • black amber en blue amber
  • black amber tortie en blue amber tortie
  • black amber silver tabby en blue amber silver tabby
  • black amber tortie silver tabby en blue amber tortie silver tabby
  • black amber tabby en blue amber tabby
  • black amber tortie tabby en blue amber tortie tabby
  • black amber smoke en blue amber smoke
  • black amber tortie smoke en blue amber tortie smoke