Huiskat

De kat, die iedereen kent

Copyright tekst : K. v.d. Wijk 

 

Hoewel de kat al eeuwenlang huisdier is, weet niemand precies hoelang. Ondanks dat hij net als andere gedomesticeerde dieren aan de mens verknocht is, behoudt hij toch een zekere wildheid en een zekere onafhankelijkheid. Zijn domesticatie vond veel later plaats dan bij andere huisdieren.

Geschiedenis
De vroegste bewijzen van de kat als huiskat dateren van ongeveer 2500 jaar voor Christus in het oude Egypte. De kat werd daar als een godheid aanbeden en op het doden van een kat stond de doodstraf. Voor de Egyptenaren was de kat zo belangrijk, omdat hij als muizen en ander ongedierte bestrijder het enige wapen was. Hoe moest men anders de graanvoorraden tegen de vraatzucht van muis en rat beschermen? Katten werden vergoddelijkt als de Godin Bastet en als ze stierven werden ze net als mensen gemummificeerd.

Omdat de kat een geliefd huisdier was, werd er al vroeg geselecteerd op dieren die zich ten opzichte van de mens niet schuw gedroegen. Juist deze dieren kregen de kans zich in de nabijheid van de mens voort te planten en jongen groot te brengen, Misschien is op deze manier uiteindelijk het tamme karakter van onze huiskat zijn gevormd, dat sindsdien van generatie op generatie is overgegaan.

Was het ook niet ontzettend slim van de kat om zich bij de mens aan te sluiten? Hier vond hij immers op een gemakkelijke manier voedsel en bescherming en een warme plaats bij het vuur.

Maar elke kat heeft nog de instincten van de wilde kat. Het spelen, wat wij mensen zo leuk vinden, is slechts oefenen om een prooi snel en doelbewust te doden. Een kat is lenig, doelbewust en wreed. Het doet er niet toe of het om een grote kat [leeuw of tijger] gaat of om onze huiskat. Daartoe heeft hij een lenig lichaam, sterke klauwen en sterke kaken, waarmee hij in één beet kan doden. Hij kan roerloos observeren met zijn prachtige ogen, die hij vele kanten kan opdraaien en waarmee hij zijn prooi kan lokaliseren. Maar katten kunnen net als wij in het pikdonker niets zien.

Huiskat en mens
De gewoonte om katten te houden verspreidde zich vanuit Egypte tot China toe. De huiskat werd in Europa door de Romeinen geïntroduceerd. Als beschermers van de graanvoorraden waren katten voor de Romeinen ook zeer belangrijk. Landverhuizers, kooplieden en zeelieden verspreiden de kat over de hele wereld. Omdat onderzoekers van Antarctica katten als gezelschap mee namen en bij hun vertrek achterlieten, hebben katten zich zelfs daar weten te handhaven.

Hoewel de kat altijd al een troeteldier is geweest, wordt hij nog steeds gewaardeerd als muizenvanger. In oude godsdiensten speelde de kat ook een rol. De Godin Freya reisde op gezette tijden langs de hemel in in een kar getrokken door katten. De Romeinen verbonden de Egyptische godin Bastet met hun Godin van de jacht Diana.

In de Middeleeuwen kwam de kat echter in een kwade reuk te staan. Hoewel men zijn nut wel inzag, bracht men de kat ook in verband met ziektes, zoals de pest. Dat men door het uitroeien van de kat de echte verspreider van de pest- de rat- een extra kans gaf, besefte men helaas niet.

Bovendien vermoedde men een verband tussen de kat en de duivel. Vooral vrouwen konden zich maar beter niet met de kat inlaten, omdat ze dan al gauw als heks werden beschouwd. Men kan met enige zekerheid stellen, dat onze huiskatten afstammen van de zandkleurige Nubische kat. Langhaar schijnt zijn oorsprong te hebben in Zuid Rusland, waarna het zich heeft verspreid naar katten in Turkije.

Uiterlijk
Het is iedereen gegund de kat van zijn keuze om zijn fraaie uiterlijk aan te schaffen. Als men de prachtige vacht van de Perzische kat zo mooi vindt en men ook voldoende tijd en verantwoordelijkheidsgevoel heeft om die vacht op de juiste manier te onderhouden, moet men natuurlijk een Pers kiezen. Houdt u meer van een aanhankelijke praatpoes, die samen met u het huishouden doet en U regelmatig (letterlijk) voor de voeten loopt dan moet u een Siamees, Balinees, Oosterse Korthaar of Mandarin kiezen.
Maar heeft u wel eens opgemerkt wat een prachtige kleuren en patronen er bij de gewone huiskat voorkomen?

Aanschaf
Een bekende fokster van raskatten zei eens tegen mij: “Voor elke kat die ik fok komt er een huiskat in het asiel terecht". Een boute uitspraak. Maar bijna alle raskatten fokkers, die ik ken verzorgen gelukkig ook één of meer huiskatten!

Daarom is de meest humane manier om een kat te nemen er een uit het asiel te halen. Op zich is een bezoek aan een asiel geen onverdeeld genoegen, omdat er zoveel mooie dieren een goed tehuis moeten missen. Maar zo een dier in uw huis opnemen kan veel voldoening geven. De medewerkers van het asiel zullen u alle medewerking geven om een juiste keuze te doen. Alle katten, die men uit een asiel betrekt zijn gecastreerd of gesteriliseerd en ingeënt. Daar hoeft u dan zelf niet meer voor te zorgen.

Meestal gaat de aanschaf van een huiskat echter op een andere manier. Men hoort van een nestje in de buurt, of de kinderen komen met verhalen thuis over lieve jonge katjes bij een klasgenootje. Als je dan gaat kijken ben je meestal “verkocht”. Maar als je echt op zoek bent naar een katje kun je ook advertenties in de krant, huis aan huisbladen, supermarkten enzovoort in de gaten houden.

Wat zul je nemen een poes of een kater? Als u voor een kater kiest moet het dier tijdig worden gecastreerd. Daarmee voorkomt u dat hij gaat “sproeien" (een geurvlag met urine plaatsen) en dat hij op zoek naar vrouwtjes met andere katers gaat vechten. Castreren is een kleine ingreep, die tot de routine bezigheden van de dierenarts behoort. Ook poezen moeten tijdig worden gesteriliseerd. Deze ingreep is ingrijpender dan een castratie, maar moet eenvoudig gebeuren. U voorkomt er mee, dat de poes krols wordt en u opzadelt met een ongewenst nest jonge katjes!

Dat het voor de uitgroei en het karakter van de poes noodzakelijk zou zijn, dat ze tenminste een keer een nestje groot brengt is een sprookje. Valt u werkelijk voor een bepaald katje, dan maakt het niet uit of het een kater of een poesje is. Meestal wordt er bij de keuze van een huiskatje alleen op de kleur gelet, maar het is ook belangrijk om op het karakter te letten.

Ik raad u aan om de poos de gedragingen van de kittens te bestuderen voor u een definitieve keus maakt. Als u daar de tijd voor neemt en rustig een poosje bij het nestje gaat zitten zult u de verschillen in karakter al kunnen zien in de gedragingen van de kittens. Sommige zijn actief en brutaal andere wat rustiger en meer op zichzelf. De keuze is aan u welk kitten past het beste bij u en uw huisgenoten. Denk er wel aan uw kitten tenminste te laten inenten tegen katten- en niesziekte. De meeste huiskatten hebben een korte vacht, maar er zijn ook huiskatten met een halflangharige vacht.

Misschien vindt u een lapjeskat het leukste en als u er moeite voor doet zult u er zeker eentje vinden, bonte katten zoals zwart-witte en rood-witte komen heel veel voor. Op boerderijen zijn de “lapjeskatten met wit" heel geliefd. Ze worden beschouwd als gelukbrengers!

Als u een kitten in huis neemt, moet uw huis ook zo veilig mogelijk zijn. Zet geen ramen op een kier, want katten kunnen zich door hele nauwe ruimten wringen en ontsnappen of juist bekneld raken. De zogenaamde draaikiepramen zijn in dit opzicht heel gevaarlijk. Een balkon kan men het beste met gaas afschermen, opdat de kat niet van grote hoogte naar beneden valt.

Een andere groot gevaar is de wasmachine. Vooral de voorlader is heel gevaarlijk. Als het deurtje openstaat kruipen katten er graag in. Als u dat niet gemerkt hebt, de deur sluit en de machine aanzet, is dit een situatie die dodelijk voor de kat afloopt.

Huiskatten zijn van harte welkom op kattententoonstellingen. In speciale Huiskattenklassen kunnen ze net als raskatten prijzen winnen!