Brits Korthaar en aanverwante rassen

Copyright tekst : K. v.d. Wijk

 

Iedereen, die de laatste jaren kattenshows heeft bezocht, zal het zijn opgevallen:het ras Brits Korthaar is enorm in aantal en kleuren toegenomen. In feite komen ze nu in alle kleuren voor, die ook bij de Perzen voorkomen n.l.


  1. 1. Klassieke kleuren (zwart, wit, blauw, chocolate, lilac, rood, crème, tortie)En sinds januari 2007 ook cinnamon en fawn.
  2. 2. Silvers (smoke, shaded silver, chinchilla, golden)
  3. 3. Tabbies (spotted, mackerel, blotched en ticked)
  4. 4. Colourpoints
  5. 5. Particolours

De belangstelling voor dit ras is enorm vergroot, en wel speciaal voor de kleuren blauw en black silver tabby. Ik herinner me nog de opmerking van een bezoekster van een show, die voor mijn kooi met tabby Britten stond en mij vroeg: “Meneer waar zitten eigenlijk de raskatten?” In haar ogen was een tabby maar een gewone huiskat, die je overal op straat zag lopen. Nee zo’n dikke blauwe kat, of een Siamees of een Pers, dat waren in haar ogen pas raskatten!
Door de voorkeur van fokkers voor bepaalde kenmerken zoals lichaamsbouw, haarlengte, oogkleur, karakter en vachtkleur zijn deze kenmerken in de loop van vele generaties gewoon vastgelegd. Het voordeel hiervan is, dat het uiterlijk en het karakter van een ras voorspelbaar is. Door deze voorspelbaarheid heeft elk ras en elke kleur binnen dit ras zo zijn eigen liefhebbers.

Vacht
De vacht van de Brits Korthaar moet kort en dicht zijn. De vacht mag niet zacht van structuur, maar moet wat de Engelsen “crisp” noemen zijn. De kleur bij de eenkleurige Britten moet éénkleurig en tot op de huid doorgekleurd zijn. Eén kleurige Britten vertonen in hun jeugd vaak een vaag tabbypatroon in hun vacht. We noemen dit verschijnsel “ghostmarkings” of spooktekening. In de meeste gevallen is die spooktekening wanneer de kat volwassen is, verdwenen. Soms blijft het verschijnsel bestaan en dan is het natuurlijk geen showkat

Karakter
De Brit is een rustige, stoere, vriendelijke kat, die erg op zijn huisgenoten (de mens, de hond, de andere katten) is gesteld, maar toch zo zijn eigen gang gaat. Het is een echt gezellig huisdier, die er met zijn dikke dichte vacht als een knuffelbeer uitziet. De Brit is rustig en heeft een zacht stemgeluid en eist niet voortdurend de aandacht op.

Omdat Britten in het algemeen niet zwerflustig zijn, zijn ze heel goed in huis en/of in een afgesloten tuin te houden. Toch is het een kat met een heel eigen wil. Als een situatie hem niet aanstaat, dan laat hij dat duidelijk merken. Indien nodig, werpt hij zijn gewicht en zijn spiermassa in de strijd en dan is het oppassen! Probeer hem maar eens tegen zijn wil een pil te geven.

Hoewel Britten rustige katten zijn, spelen ze graag met een balletje of met een propje papier. Ook kun je ze leren om te apporteren. Leuk spelletje voor mens en kat

De geschiedenis van de Britse kat in Nederland
De grondlegster van de Brittenfok in Nederland is Mw. Vis-Hulshof uit Hardinxveld. Ze had de catterynaam De Pleisterplaats. Mw. Vis had een blauw poesje gekocht dat voortgekomen was uit een blauwe huispoes en een blauwe Perzische kater. Dit poesje Bera van de Eilanden (geboren 1968), werd gedekt door de Franse Chartreux kater Puy Leveque d’Andeloya.

Zij aarzelde ook niet om Perzen te gebruiken voor haar fok. En dat vond men destijds ongewenst! Pas toen ze de Engelse Brits Korthaar blauwe kater Pensylva Gay Cavalier(1971) importeerde kwam er weer rust in de gemoederen. Dochters van Pensylva Gay Cavalier waren o.a. Helga van de Pleisterplaats en Josephine van de Pleisterplaats. Cattery de Pleisterplaats had veel belangstelling gewekt voor de blauwe Brit en er volgden enkele belangrijke fokkers die zich ook voor dit ras inzetten. Als gevolg van de belangstelling voor de blauwe Brit volgden vele importen, zowel uit Engeland als uit Amerika.

En er verschenen ook andere kleuren, zoals de crème en de blauw/crème Britten. Hoewel de kleur crème heel moeilijk te fokken is, wisten de fokkers bijna streeploze “koele” crème katten te fokken. Tegenwoordig zie je de koele, steeploze crème katten nog maar zelden op tentoonstellingen.

Uit de combinatie van de kleuren crème en blauw ontstonden er ook blauw/crème poezen. Deze poezen waren niet alleen heel belangrijk voor de kleur crème, maar ook heel belangrijk voor de kleur blauw. De hiervoor besproken kleuren behoren alle tot de effen kleuren. Hiertoe behoren de kleuren: wit, zwart, blauw, chocolate, lilac, rood en crème, cinnamon en fawn.

Bij deze groep behoren ook de schildpadkleuren. Al deze kleuren hebben gouden of oranje ogen, behalve de witte exemplaren. Die komen ook voor met blauwe of met twee ongelijk kleurige ogen (odd-eyed).

Eén van de mooiste kleuren in de Britten vind ik de kleur lilac. Deze kleur is in de jaren zeventig ontstaan uit de combinatie van blauwe Britten en een lilac Perzische kater. Uit zwarte Britten en Perzische lilacs en chocolates ontstonden de chocolate Britten.

Nieuwe kleuren in het Britttenbestand zijn de kleuren cinnamon en fawn. Deze kleuren zijn in het Brittenbestand geïntroduceerd met behulp van een Oosterse cinnamon kater en een sorrel Somalikater. Cinnamon is de kleur van uitgestrooid kaneel .Voor de verdunning (cinnamon en blauw) werd de benaming fawn gekozen.

De Brittenfokker Dick Eindhoven (Cattery van Olly’s Nest) was de pionier, die zich voor deze kleur volledig heeft ingezet. In 1998 werd de eerste cinnamon Brit geboren: de kater Very Cinny of Olly’s Nest. Met deze kater was de fok voor cinnamon (en fawn) redelijk veilig gesteld. Op de grote Neocatshow van 27 januari 2007 in Utrecht is met succes de erkenningshow voor deze twee nieuwe kleuren in het Brittenbestand gehouden en hebben ook deze kleuren de Kampioensstatus.

Tabby's - Silver Tabby
In de zeventiger jaren werden veel silver tabby’s geïmporteerd. Mw. Wols importeerde uit Engeland de silver tabby’s Taishun Silver Cloud en Taishun Silver Belle, beide waren blotched. Frits van Eeden, een Haagse kunstschilder, importeerde uit Amerika silver tabby’s van de beroemde Soledad cattery.

Deze American Shorthairs waren wat kleiner en ranker dan de Britten, maar ze hadden een schitterende tekening en prachtige groene ogen. Van Eeden was niet bang om goede blauwe Britten in zijn katten in te fokken, die het type verbeterden, maar die wel een slechte invloed hadden op de oogkleur. Door met verstand en inzicht te fokken, wist hij echter het type van de silver tabby’s te verbeteren en de mooie groene oogkleur van de Amerikanen te behouden!

Silver Tipped
In de zeventiger jaren van de vorige eeuw kocht Norman Winder –een Engelse kattenfokker- een silvertabby poesje met een vage tekening (Silverseal Turandot). Hij liet haar dekken door de Chinchilla Perzische kater Ch.Polar Piereno. Dit was het begin van de fok van Brits tipped katten in Engeland.

Geheel onafhankelijk van Norman Winder vatte Mevr. Ph. Hester in dezelfde tijd het plan op om silver tipped Britten te gaan fokken. Mevr.Hester bezat een silver tipped kater -Fjodor- die was voortgekomen uit een ongeplande dekking van een Oosterse Korthaarkater en een Perzische shaded silver poes. Fjodor was een grote elegante kater. Toen ik hem voor het eerst zag, dacht ik in eerste instantie dat het een uit de kluiten gewassen silver Abessijn was. Toch werd er met deze kater een silvertipped lijn opgezet, omdat er in die tijd gewoon niets anders beschikbaar was.

Een grote vooruitgang werd er geboekt, toen in een dierenasiel Joris werd ontdekt. Van de afstamming van Joris was niets bekend, maar hij zag er uit als een heel behoorlijke Brits korthaar tipped. Door zijn inbreng kwam de fokkerij van deze kleurslag een stuk vooruit. Uit Engeland werden British tipped katten van Norman Winder (Peerless cattery) geïmporteerd. De mooie helder silver ondervachtkleur van de Peerless katten en de mooie korte vachten van de Nederlandse katten bleken heel goed samen te gaan.

Intussen zijn we vele generaties verder. Lichaamsbouw, tipping en de silvervacht is bij de tegenwoordige topdieren prachtig geworden. Het vroegere probleem van de streepjes aan de poten en de ringen in de staart bestaat niet meer in de prijswinnende katten van nu. Deze prachtige fokkersprestatie, hebben we voor een groot deel te danken aan Ineke en Wout den Hollander. Zij hebben er vele jaren aan gewerkt om van de de silvertipped Brit een bijna volmaakte variëteit te maken

Black Tabby
De black tabby werd vroeger brown tabby genoemd, omdat de grondkleur waarop het tabbypatroon a.h.w. ligt warmbruin gekleurd moet zijn. Die warme grondkleur moet tot aan de haarwortel doorgekleurd zijn. Geen geringe opgave voor de fokkers, omdat de onderkant van de haren van tabby’s vaak grauwgrijs van kleur is. Een tweede moeilijkheid bij deze kleur is de oogkleur. Deze moet nl. geel of oranje van kleur zijn (en niet groen).

Red Tabby
De redtabby moet een dieprode tabbytekening vertonen op een crème ondergrondkleur. Ook de redtabby dient een gele of oranje oogkleur te hebben

Particolours
Mw. de Kok- Embregts van cattery van d’Ekster liet haar bonte huispoes Vlekje dekken door de Perzische kater Banjo van Hoog-Moersbergen. Uit deze combinatie werd in 1975 de particolour blauw/crème met wit poes Mathilde van d’Ekster geboren. Zij werd de stammoeder van vele mooie particolours. Zie Britten vroeger en nu.

Een particolour Brit vertoont niet alleen een wit vlekje of een wit medaillonnetje, maar mooi over het lichaam verdeelt wit in combinatie met een andere kleur. Ze komen voor in alle effen kleuren en alle tabby’s met wit. De bekendste combinaties zijn: blauw-wit, crème-wit en blauw-crème-wit. De verdeling van het wit en de hoeveelheid wit zijn voor tentoonstellingdieren heel belangrijk (zie standaard), zodat het fokken van een perfect exemplaar niet eenvoudig is. De oogkleur van deze groep is geel of oranje, behalve bij de silvertabby’s met wit, die is nl. groen.

Colourpoints
De Siamese aftekening gecombineerd met het type van de Brit en de echte Britse vachtkwaliteit is een schitterende kat! De eerste colourpoint Brit, Joery Cabrioles de Santanoe, was een toevalstreffer, maar wel een hele mooie! Uit twee Britten, die recessief de pointsfactor droegen omdat ze beide in hun voorouders een Perzische colourpoint hadden, kwam Joery als gelukstreffer te voorschijn.

Bij Lidia Kenter van cattery de Santanoe werd Joery geboren. Joery was zo mooi, dat hij het tot Europa Champion bracht. Inmiddels is de colourpoint Brit een veel voorkomende verschijning op shows. En wat is een perfecte colourpoint Brit mooi met zijn prachtige stralend blauwe ogen, zijn stevig blank lijf en prachtige gekleurde points! Hij komt voor in vele pointkleuren, ook tortiepoint, redpoint en zelfs silverpoints

Geschiedenis
Toen men in de 19e eeuw in Engeland met tentoonstellingen van huisdieren begon, waren daar ook katten als onderdeel van die tentoonstellingen aanwezig. Men bracht zijn mooiste huiskat mee om hoge prijzen te kunnen winnen. Vaak waren dat geldprijzen, hetgeen nu ook nog op bepaalde Engelse tentoonstellingen gebruikelijk is.

Toen al had men een voorkeur voor stevig gebouwde katten met stevige pootjes een korte dichte vacht, een ronde kopvorm en kleine ronde oortjes. Vaak beantwoordden de black tabby’s het meest aan de smaak van de Keurmeesters. Huiskatten werden toen al Britse katten genoemd. Het betekent niet meer en niet minder dan: Katten van Engelse [Britse] origine. Nieuwe rassen, die uit het buitenland kwamen werden en worden “Foreign” [niet Brits] genoemd.

Toen in 1871 de eerste tentoonstelling voor uitsluitend katten werd gehouden [Londen Christal Palace], bestond het grootste deel van de tentoongestelde katten uit deze Britse Kortharen. De initiatiefnemer van deze Kattententoonstelling was de Kunstschilder Harrison Weir en zijn enige doel was dat de Kat een geliefd en gerespecteerd huisdier zou worden, dat heel goed en liefderijk zou worden verzorgd. Als voorzitter van de National Cat Club schiep Harrison Weir uit het niets rasstandaarden, waaraan de meest perfecte katten zoveel mogelijk moesten voldoen. Toen al schreef hij voor de Brit een standaard, die in grote lijnen nog steeds geldt! Bijvoorbeeld dat een Brit kort en gespierd [cobby] moest zijn.

Om zoveel mogelijk aan die standaard te voldoen werden er al heel gauw Perzen in het Britse Kortharen bestand ingefokt. Hoewel de toenmalige Perzische kat niet zo extreem van type was als de tegenwoordige Perzen, brachten ze toch iets belangrijks voor de Britse Kortharen. De lichaamsbouw werd steviger, meer cobby, de pootjes weden wat korter en gespierder en de vacht werd dichter van structuur. Het is heel lang de gewoonte geweest bij Engelse Britten fokkers om elke derde generatie een Pers in te fokken. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat er nogal eens een langhaartje werd [en wordt] geboren in een nestje van twee ouders, die beide kortharig zijn!

“Pluisjes” worden ze liefdevol genoemd. Maar omdat de fokkers ze als een “bijproduct” van hun Brittenfok beschouwden, werden ze meestal voor een zacht prijsje verkocht. Tot er fokkers kwamen, die de speciale schoonheid van de pluisjes ontdekten en ze speciaal gingen fokken. Gelukkig hebben deze langhaartjes nu een eigen standaard. Tegenwoordig wordt er nog maar sporadisch een dekking van een Pers voor een Brit gearrangeerd. Het is ook niet meer nodig, omdat we voldoend fokmateriaal hebben.

Ook in Amerika werden mooie huiskatten zeer gewaardeerd. Ze werden gefokt onder de naam American Shorthair, maar in feite zijn het van oorsprong hele mooie huiskatten van Europese oorsprong. Door de fokkers werden deze katten in de loop van de generaties van volledige stambomen voorzien. Maar er werden geen andere rassen ingefokt. Toch werden het echte raskatten. In Scandinavië werden al heel lang mooie huiskatten gefokt, die Europees Korthaar werden genoemd. Ze werden gefokt zonder inbreng van andere rassen [zoals de Pers]. De afstamming werd genoteerd en de beste katten hebben in de loop van de generaties stambomen gekregen. De Scandinavische fokkers hadden vroeger weinig mogelijkheden om katten te importeren vanwege de strenge [rabies] importregels. De te importeren katten moesten maandenlang in quarantaine. Dat is niet alleen heel kostbaar, maar er waren ook niet veel fokkers te vinden die om die reden katten naar Scandinavië wilden exporteren! Geen enkele kattenliefhebber wil zijn met zorg gefokte kitten voor maanden lang in een quarantainekooi zien zitten! Daarom waren de Scandinaviers erg blij met hun mooie “ras” Europese Korthaar.

In de zeventigerjaren van de vorige eeuw werden er veel Britse Kortharen en American shorthairs naar het vaste land van Europa geïmporteerd. Al deze katten werden in de diverse stamboeken als Europees korthaar ingeschreven. Voor al deze katten gold slechts een en dezelfde standaard! En daarnaar werden de katten gekeurd, naar de Engelse GCCF standaard voor Brits Korthaar. Waarop de tegenwoordige NOK standaard voor de Brit is gebaseerd.

Het was dan ook geen wonder, dat in Scandinavische landen de Europese Kortharen van huiskattenoorsprong en de American Shorthairs [ook van huiskatten oorsprong] meestal niet aan die standaard voldeden. Vaak heb ik als ik bijvoorbeeld de silvertabby’s van Amerikaanse oorsprong keurde geschreven: Lichaam te lang [niet cobby] pootjes te dun, staart te lang en te dun, kopje niet rond genoeg, oren te groot en te hoog geplaatst. Mooie ronde open oogvorm, prachtige groene oogkleur. Vacht zou korter en dichter ingeplant moeten zijn, prachtige heldere zilveren grondkleur, schitterende, duidelijk blotched tabbytekening, enzovoort, enzovoort. Als je keurt is er maar een ding dat geldt en dat is de standaard! Daarnaar moet je keuren en niet naar het geen er voorhanden is op dat moment. Je mag de standaard niet aanpassen aan de kat, die bij je op de keurtafel staat.

Het gevolg was natuurlijk, dat bij een best in show verkiezing de Britisch Blue als beste Europees korthaar werd verkozen. Ook in Scandinavië had men grote problemen met deze regel. Daar moesten ook de Europese kortharen van huiskattenoorsprong in dezelfde klasse concurreren met de Britse Kortharen. En de zorgvuldig gefokte Europese Kortharen van huiskatten oorsprong verloren het altijd van de Britse Kortharen. Deze situatie duurde tot 1981. Toen gelukte het een groep standvastige Scandinavische fokkers om de situatie totaal te veranderen. Met toestemming van de FIFè besloot men een scheiding te maken tussen Brits korthaar en Europees korthaar. Met ingang van 1 januari 1982 werd de naam Europees Korthaar toegekend aan katten die GEEN Perzen in hun stamboom voerden terwijl de katten die wel Perzen in hun stamboom voerden voortaan Brits Korthaar werden genoemd.

Dit leidde aanvankelijk tot grote verwarring want “en passant” werd er een verschil gemaakt tussen Brits Korthaar blauw, Chartreux en natuurlijk Europees korthaar blauw. Het gevolg was, dat dezelfde kat op de ene tentoonstelling als Brits Korthaar werd gedetermineerd en op de volgende als Chartreux of als Europees korthaar. Deze verwarring heeft enige tijd geduurd, maar nu heeft de zaak zich gestabiliseerd en er is duidelijkheid verschaft. Alle drie de blauwe katten hebben hun eigen standaard en in de goede katten van het juiste type is het onderscheid duidelijk geworden. Inmiddels heeft de Algemene Ledenvergadering van de FIFè in 1992 besloten de naam Brits Korthaar te wijzigen in: BRIT. Dat hebben de onafhankelijke verenigingen overgenomen, opdat er geen verwarring kan ontstaan.

Maar de Brit heeft in de loop der jaren een hele verandering ondergaan, wat zijn uiterlijk betreft leken de Europese Kortharen, de Britse Kortharen, de American Shorthair en de [Franse] Chartreux aanvankelijk wat hun uiterlijke verschijning betreft erg op elkaar, de uiterlijke verschijning van de Brit veranderde in de loop der jaren enorm. Dit als gevolg van het herhaaldelijk inbrengen van Perzen in de Britten.

In feite werd de Brit een totaal andere kat. Het was dus logisch en zeer redelijk dat de rassen uit elkaar werden gehaald en dat ieder een eigen standaard kreeg in 1992. De Brit werd een heel populaire kat en dat kwam niet alleen door zijn fascinerende uiterlijk maar ook door de kattenvoerreclames, waarvoor de mooiste blauwe Britten en de mooiste Britse silvertabbies voor (televisie) reclames werden gebruikt. Ik werd eens opgebeld door een meneer, die mij vroeg waar hij zo’n Wiskas katje kon kopen! Bizar eigenlijk.Maar ook de Karthuizers en de Europees Kortharen zijn prachtige katten. Zij bleven hun oorspronkelijke uiterlijk trouw en veranderden niet of nauwelijks in de loop der jaren. Hoewel Europees kortharen in Nederland en de omliggende Europese landen niet gefokt worden, zijn ze in Skandinavië nog altijd heel populair. Dat er schitterende katten bij zijn bewijzen de foto’s die ik kortgeleden van een fokster uit Zweden kreeg.

De Brits Langhaar
Zo nu en dan werden [en worden] er langhaartjes geboren uit ouders, die beide kortharige Britten zijn. Omdat er regelmatig Perzen zijn gebruikt voor de opbouw of de verbetering van de Brit is dat niet verwonderlijk Aanvankelijk werden deze langhaartjes, alhoewel ze heel mooi en lief zijn, niet erg door de Brittenfokkers gewaardeerd. “Pluisjes” werden ze genoemd. Maar vaak werden ze door niet fokkers erg gewaardeerd en werden ze vaak als eerste uit het nest door nieuwe eigenaren gekozen. Al heel gauw kwam er een groep bewonderaars, die ze als zelfstandig ras erkend wilden hebben. Sinds juli 2012 hebben ze de status als erkend ras.

Wat de standaard betreft zal die alleen van de Brit afwijken wat de vacht betreft. De vacht van de Brits langhaar voelt stevig aan, is dicht ingeplant en veerkrachtig met een kortere vacht op de kop en een halflanghaarvacht op de rest van het lichaam. De ondervacht is wollig. De vacht mag niet glad aanliggen, maar staat een beetje af van het lichaam door de dikte en de dichtheid van de vacht. De kraag en de broek moeten goed behaard zijn. Haarplukjes tussen de tenen. Seizoenvariaties zijn toegestaan.

Ziekten
Hoewel de Brit over het algemeen een gezonde kat is, komen er toch een aantal problemen bij het ras voor.

Patella Luxatie: Ongeveer 15 jaar geleden werd ontdekt, dat Britten uit bepaalde lijnen plotseling kreupel werden. Bij onderzoek bleek, dat de knieschijf was ontwricht, als gevolg van een erfelijke afwijking. Met behulp van röntgenonderzoek heeft men kunnen uitzoeken, welke dieren last van dit euvel hadden. Inmiddels zijn alle dieren, die uit verdachte families kwamen van de fok uitgesloten.

P.K.D. (Polycystic Kidney Disease): Een veel voorkomende aandoening bij de Pers, omdat er zoveel Perzen zijn ingefokt om het type van de Brit te verbeteren is het niet denkbeeldig dat deze ziekte ook bij Britten voorkomt. P.K.D. is een erfelijke nierziekte, die zich manifesteert met cysten op de nieren. Door echografie kan een radioloog, die hiervoor opgeleid is, die cyste zichtbaar maken. Door deze cyste kunnen de nieren minder goed gaan functioneren en de kat kan door nierfalen vroegtijdig sterven. Katten, zowel poezen als katers, moeten daarom, voordat men met ze gaat fokken op P.K.D. worden onderzocht. Dit kan nu ook door middel van DNA. F.N.I. (Feline Neonatale Isoerytholysie)

Bloedgroep: Net als mensen hebben katten verschillende bloedgroepen. Soms passen de bloedgroepen van de ouderdieren niet bij elkaar, met het gevolg, dat de kittens al enkele dagen na de geboorte sterven. Ze vertonen o.a. bloedarmoede, geelzucht en zwakte, vaak willen ze ook niet drinken. Het is van belang, dat de bloedgroepen van zowel kater als poes bekend zijn, voordat men met ze gaat fokken. Men kan met deze wetenschap gevaarlijke combinaties voorkomen.

HCM (hypertrofische cardiomyopathie): Dit betreft een ziekte van de hartspier. Het hart is normaal in aanleg, maar de structuur en de dikte van de hartwand zijn niet in orde. HCM kan erfelijk zijn (autosomaal dominant). Het is van belang dat fokpoes en fokkater op HCM worden onderzocht door speciale apparatuur en opgeleide radiologen. Verder is het van belang, dat overleden katten op HCM worden onderzocht.