Abessijn

De kinderen der Goden

Copyright tekst : K. v.d. Wijk 
Copyright fotomateriaal: Leslie Wal

 

Toen ik nog bij mijn ouders thuis woonde had ik een grijze huiskat. Die kleur was toen al heel apart en mooi. Ik was erg op het dier gesteld en zorgde ervoor. Toen ik in militaire dienst ging namen mijn ouders die zorg van mij over.

Het was voor mij een schok toen ik een jaar later voor het eerst een Siamees aanschouwde. Zoiets schitterends had ik nog nooit eerder gezien. Ik beloofde mijzelf, dat ik ooit zo een prachtig dier zou bezitten. De tweede schok op kattengebied kreeg ik een aantal jaren later. Ik werkte toen in Beverwijk. Op een show had ik kennis gemaakt met een Beverwijkse Perzenfokster: Omdat ik haar vertelde, dat ik in ons nieuwe huis in Castricum een cattery wilde, nodigde ze mij uit om haar cattery eens te bekijken. Misschien kon ze me dan wat adviezen geven, waarmee ik mijn voordeel kon doen. Nadat we de katten en de verblijven hadden bekeken werd plotseling de deur geopend en wel door een prachtige haaskleurige kat. Oh, daar is Sprietje zei de mevrouw, die gaat altijd zo haar eigen gangetje.

Het bleek een Abessijn te zijn. De enige korthaar van de cattery. Haar naam was Richfarmers Katinka oftewel: Sprietje. Natuurlijk was deze elegante korthaar een kleintje temidden van de forse Perzen. Maar zien de haren van een Abessijn er ook niet uit als sprietjes?

Op mijn vraag of ik uit het volgende nest van Sprietje een kitten mocht hebben zei de eigenaresse: “Dan zul je het zelf moeten fokken, want ik heb alleen maar bastaardjes met deze poes kunnen fokken. Ze laat niets van haar krolsheid merken, maakt zelf alle deuren open en is al op straat gedekt voor ik er erg in heb.” Zo kwam Sprietje bij ons. Ze komt in vele stambomen voor, want een van haar afstammelingen was Ruby Poema, een prachtige sorrel kater die in de zeventiger jaren voor vele nakomelingen zorgde. Zo maakte ik kennis met de Abessijn maar hoe komen we eigenlijk aan dit schitterende kattenras?

Geschiedenis

Engelsen zijn uitstekende fokkers. Zij bezitten dat speciale gevoel, dat de Duitsers ”Fingerspitzengefühl” noemen. Op velerlei fok- en kweekgebied geven de Engelsen nog steeds de toon aan.

De Abessijn is een kattenras, dat in Engeland is gefokt uit inlandse tabbykatten met behulp van Zula, een kat, die er als een wilde kat uitzag en door een zekere mrs. Barret uit het toenmalige Abessynië naar Engeland werd gebracht. Dit gebeurde in het laatste kwart van de negentiende eeuw. Toen bleek, dat Zula jongen kon krijgen met gedomesticeerde katten wist men zo te fokken, dat reeds in 1882 het ras met de prachtige haaskleurige vacht erkend kon worden. Een foto uit 1903 laat al een uitmuntende kat zien van dit mooie ras.

Ondanks de inbreng van gewone huiskatten om de basis voor de Abessijn te leggen, heeft dit ras door de jaren heen iets oorspronkelijks, iets wilds, iets echts behouden. Ik denk, dat het datgene is wat bij mij zo’n schok veroorzaakte toen ik voor het eerst een Abessijn zag.

De rasstandaard, die de aartsvader van de Cat Fancy Harrison Weir in 1889 opstelde is praktisch gelijk aan de tegenwoordige standaard. In de Cat Fancy mag dit heel bijzonder genoemd worden. Als we bijvoorbeeld de Siamese kat van het begin van deze eeuw vergelijken met de tegenwoordige zien we juist een enorm verschil.


Hoewel er voor de tweede wereldoorlog al enige Abessijnen in Nederland waren, begon het fokken van Abessijnen in Nederland in het begin van de jaren zestig. De dames Falkena en Jebbink importeerden uit Engeland enige dieren. Ik heb bij mevr. Falkena thuis nog enige van die eerste importdieren gezien en eerlijk gezegd vielen ze me heel erg tegen. De importpoes Taishun Cleonie had bijvoorbeeld een grote witte vlek. Omdat deze poes vrij veel in het voorgeslacht van de latere Abessijnen voorkomt, kwamen witte vlekken regelmatig voor. Ze vertoonden een voorkeur om tussen de achterpoten en als medaillon op te treden.

Een echte sprong vooruit in het Nederlandse Abessijnenbestand werd pas gemaakt toen mevrouw Falkena de poes Assunta van Ras-Daschan door een echtscheiding van de eigenares wist te verwerven. Assunta was een prachtige Abessijn met een heerlijk karakter. Omdat ook haar zonen voor de fok werden gebruikt komt ze welhaast in alle stambomen van Nederlandse Abessijnen voor. Bovendien was de combinatie van twee van Assunta's kinderen van verschillende vaders, Emir X Bonita, heel geslaagd. Een hele mooie dochter uit deze combinatie, Eva van Mariëndaal, kwam in het bezit van mevrouw La Crois, die er veel succes op shows mee oogstte.

In de jaren zeventig werden veel Abessijnen naar Amerika geëxporteerd en werden ook de eerste Amerikaanse Abessijnen in Nederland geïmporteerd. In latere jaren zouden er nog vele Amerikaanse Abessijnen volgen. Sommige waren een aanwinst voor onze Abessijnen-fok, andere hadden een minder goede inbreng. In het kort gezegd dit: de Amerikaanse Abessijnen brachten ons een prachtige vachtkleur, maar de schitterende lichaamsbouw en de alerte elegante kop met de grote oren van Assunta en haar directe nakomelingen gingen voorgoed verloren.

Bovendien is de ticking niet meer zoals hij vroeger was. De eerste Abessijnen hadden allemaal witte lippen en een witte kin. Ook liep dit wit vaak diep in de hals naar beneden. Dit wit was zo algemeen aanwezig, dat het als bij het ras behorend werd beschouwd. Door de Amerikaanse Abessijn is bij prijswinnende Abessijnen van tegenwoordig dit wit grotendeels of geheel verdwenen!

Karakter

In de eerste plaats moet ik zeggen geen intelligentere kat te kennen. Wanneer men met deze dieren samenleeft moet je er rekening mee houden dat je als mens regelmatig het onderspit zult delven als het op slimheid en intelligentie aankomt. Dat moet je kunnen verdragen anders word je er beslist gek van. Ik heb wel eens een Abessijn teruggekregen, omdat de eigenaren niet tegen de kat waren opgewassen en haar op het laatst niet meer konden verdragen. Ik kan me dat wel indenken.

Een van mijn eerste Abessijnen kon er ook wat van. Op een keer zou ik een dagje op visite gaan. Alles was geregeld: de katten waren verzorgd en er waren beslist geen open ramen in het huis. Voor ik wegreed, werd mijn blik naar het dak van het huis getrokken. Daar liep mijn Abessijn: elegant en met een blik van: zie je me fijn gaan? Probeer dan nog maar eens op tijd op je afspraak te komen! ? Nee dus.....

Hoewel je Abessijnen heel goed in huis kunt houden, verdragen ze het niet om te worden opgesloten. Je moet ze vrijheid en ruimte geven. Een royale buitenren of een afgeschermde tuin met veel klim- en speelmateriaal is het einde. Gewoon loslopen zou nog beter zijn, maar daar moeten de omstandigheden naar zijn, omdat is gebleken dat veel Abessijnen slachtoffers van het verkeer en van diefstal zijn geworden.

Abessijnen zijn meesters in het uitbreken; laat uw nieuwgebouwde buitenren gerust testen door een Abessijn. Hij zal u in korte tijd van elke tekortkoming op de hoogte stellen. Abessijnen zijn heel aanhankelijk en erg op de mens gericht. Daardoor is het mogelijk om een intensief contact met uw kat op te bouwen.

Uiterlijk

De Abessijnen zijn tabby's en zelfs in de meest dominante vorm. De daarbij behorende strepen en banden zijn door selectief fokken grotendeels verdwenen. Abessijnen bezitten tevens het dominante gen voor agouti. Dit betekent dat op iedere haar afzonderlijk een bandering zit met afwisselende donkere en lichte bandjes. Dit wordt ticking genoemd. Een Abessijn moet tenminste twee donkere bandjes per haar hebben.

Door het ticked-tabby patroon is de ticking regelmatig over het lichaam verdeeld, maar de buikzijde is egaal van kleur. Op de kop zorgt het tabby-gen voor een expressieve en duidelijke scarabee. Over de rug loopt meestal een aalstreep, die doorlopend over de staart eindigt in een donkere punt. Aan deze staartpunt kan men de genetische kleur herkennen. Deze zelfde kleur kan men ook vinden aan de achterzijde van de achterpootjes (de laarsjes) en meestal ook aan de voetzolen. Voor determinatie van de kleur zijn de voetzolen niet maatgevend, de staartpunt is dat wel.


De kleur van Abessijnen is zonder meer bijzonder. Hoewel het genetisch slechts één kleur betreft, manifesteert ze zich als twee kleuren. Er is de kleur van de ticking, de staartpunt, de laarsjes en de overige effen gekleurde delen en de kleur van de ondervacht en de buikkleur. De oranje buik- en ondervachtkleur vormt een prachtig en indrukwekkend contrast met de zwarte kleur van de ticking bij de wildkleur Aby.

Aanvankelijk kwamen Abessijnen alleen voor in de kleuren wildkleur en sorrel. Nu zijn ze er ook in blauw, fawn, chocolate, lilac, genetisch rood en genetisch crème, tortie en al deze kleuren ook nog eens met een zilveren ondervacht. Opmerkelijk is dat de Abessijnen over een schutkleur schijnen te beschikken. Ik bedoel daarmee, dat omgeving en licht een grote invloed op hun verschijningsvorm hebben. Ze kunnen als het ware van kleur veranderen.

Eens stond er een buurmeisje bij mij voor de deur en riep: Die groene kat van jou zit in onze tuin! En het was waar: Mijn wildkleur Aby leek op het grote gazon groen. Wat is er mooier dan een Abessijn sluipend door je tuin of zijn langharige tegenhanger de Somali met zijn schitterende pluimstaart in je boom? Als je een tijger zou willen aaien en het leven van een oorspronkelijke kat wilt delen en je bovendien de humor kunt inzien van het feit dat een kat vaak slimmer is dan jij dan kan ik een Abessijn van harte aanbevelen


Ziektes

Voor drie ziektes moet men als fokker extra alert zijn en wel: Progressieve Retina Atropie (PRA), Patella Luxatie (PL) en Amyloidose. PRA betreft een erfelijke oogziekte, die tot blindheid bij het betreffende dier leidt. Daarom wordt door betrouwbare fokkers alleen nog maar met katten gefokt, die op PRA zijn getest en negatief zijn bevonden.

PL is een erfelijke ziekte waarbij de knieschijf uit zijn normale positie springt. Het dier kan dan plotseling niet meer lopen. Daarom moet er slechts met dieren, die een negatieve PL test hebben, worden gefokt.

Amyloidose: dit betreft een opeenhoping van eiwit op een bepaald orgaan. Bij Abessijnen komt nieramyloidose voor. Het ziet er naar uit dat de vatbaarheid voor deze ziekte erfelijk is. Daarom worden foklijnen waar amyloidose in is voorgekomen uitgeschakeld. De symptomen van deze ziekte zijn: geen eetlust, doffe vacht, veel drinken en veel plassen en lusteloos gedrag.


Tentoonstellen

Op shows zijn Abessijnen niet zelden Best in Show winnaars. Dit is niet zo verwonderlijk omdat er in dit ras schitterende dieren voorkomen. Bovendien is hun persoonlijkheid meestal zo imponerend, dat ze in staat zijn de keurmeester volledig om de vinger te wikkelen. Moeilijk te hanteren katten van dit ras komen nauwelijks voor. Al met al zijn Abessijnen zowel als showdier en als gezelschapskat van harte aan te bevelen.