De Sphynx


De kat "zonder" haar

Copyright tekst : K. v.d. Wijk 

 

Geschiedenis
Hoewel er van de oorsprong van deze kat weinig bekend is, blijken er in het verleden zo nu en dan naaktkatten geboren zijn. Ze moeten echter al eeuwen geleden bij de Azteken zijn voorgekomen. De haarloze katten werden Mexican Hairless genoemd. Omdat het gen, dat verantwoordelijk is voor de haarloosheid recessief vererft, kan dit gen vele generaties verborgen blijven voor het te voorschijn komt. Dit gebeurt als twee katten die allebei dit verborgen gen voor kaalheid dragen samen jongen krijgen.
Het duurde tot 1966 voor er melding werd gemaakt van een nestje gewone huiskatten, waarin een volledig haarloos kitten voorkwam. Dit nestje was in Ontario geboren. Toen een kattenfokker, Ryadh Bawa, ervan hoorde, wist hij de eigenaar over te halen om hem zowel het kitten als zijn moeder te verkopen. Toen moeder en zoon aan elkaar gepaard waren, leverde dit zowel haarloze als behaarde kittens op. Met nakomelingen van dit eerste paartje werd ook door andere fokkers gefokt.
Door ziektes, onderlinge conflicten en onoordeelkundig fokken verdween -op één poes na- het hele bestand van deze lijn. Deze poes heette Dutchie Nefertiti. Nefertiti werd in 1973 door Mrs. Sandy Kaiser gekocht. Dit alles speelde zich af in Canada.
In 1978 kocht de Nederlander dr. Hugo Hermandes een zoon en een dochter van Nefertiti. Zo kwamen de eerste Sphynxen in Europa. Helaas kwamen er geen nakomelingen van deze beide dieren. Toen er later weer twee naaktkatjes in Ontario werden geboren, werden er twee zusjes -Punkie en Paloma- naar Hugo Hermandes (cattery naam Xochitlalpan) gezonden.
Toen ze volwassen waren, werd er voor Paloma een kater gezocht. Omdat er in Nederland geen Sphynx kater was, werd ze door een Devon Rex kater gedekt. Deze keuze werd gemaakt, omdat de lichaamsbouw van beide rassen redelijk goed overeenkomt. Het koptype is echter heel verschillend. De kop van de Sphynx is langer dan van de Devon Rex en de oren van de Sphynx zijn groter en ook hoger geplaatst dan die van de Devon Rex. Dit alles geeft de Sphynx een hele andere gezichtsuitdrukking.
Een nieuwe lijn ontstond toen op een boerderij in Minesota in 1974 een poes kwam aanlopen, die geregeld haarloze kittens kreeg. Van deze poes, die de naam Jezabelle kreeg, stammen Epidermis en Dermis af. Ze werden door Kim Mueske gekocht en bewust voor de fok van naaktkatten gebruikt. Zij was allergisch voor kattenhaar en was blij deze katten te kunnen bezitten.

Aanvankelijk waren de Sphynxen vooral op Franse shows te zien. Ze werden als publiekstrekkers vaak op affiches afgebeeld; Fransen zijn altijd heel geïnteresseerd als er iets nieuws te zien valt. De Sphynxen waren dan ook meteen een groot succes in Frankrijk. Dat ze het eerst in Frankrijk op shows te zien waren is niet verwonderlijk, omdat de kittens uit het eerste -in Nederland- geboren nest door Guy Pantigny en Patrick Chalain waren gekocht. Ze vertelden mij dat ze met latere kruisingen van Sphynxen en Devon Rexen geen goede resultaten hadden gehad. Ze kruisten ze ook met Cornish Rexen, hetgeen volgens hen betere Sphynxen opleverde. Het is zelfs voorgekomen, dat er langharen in hun nesten voorkwamen. Of de langhaarfactor van de Rexen of van de Sphynxen afkomstig was, konden ze me niet vertellen.
Om de genenpool te vergroten zijn er ook kruisingen gemaakt met mooie en gezonde huiskatten. Omdat het gen voor haarloosheid (hr) recessief vererft, hebben de kittens uit zo’n combinatie allemaal normaal haar. In een volgende generatie kan men met de juiste partner weer haarloze kittens verwachten.

Tegenwoordig zijn er door zorgvuldig fokken vele mooie en gezonde Sphynxen. In april 2001 is de Sphynx op een Mundikatshow in Arnhem door de FIFé erkend. Vele onafhankelijke Sphynxenfokkers waren op die show aanwezig om voor het vereiste aantal dieren te zorgen.
De tegenwoordige Sphynxen zijn sterke en gezonde katten. Hun nestgrootte bedraagt vier tot zes kittens. Veel mensen denken dat ze door hun haarloosheid gauw last van de kou hebben en dat ze erg vatbaar zijn voor ziektes. Dit blijkt niet te kloppen. Het zijn wel heel goede eters, hetgeen waarschijnlijk nodig is om hun lichaamstemperatuur op peil te houden. Ze gaan ook heel graag naar buiten. Zelfs sneeuw is geen bezwaar om naar buiten te gaan. De zon kan schadelijk zijn voor de naakte huid. Vooral de witte dieren kunnen een verbrande huid krijgen. De gepigmenteerde gedeelten worden in de zon donkerder van kleur.

Al met al is de Sphynx niet alleen een spectaculair uitziende kat, maar het is ook een speelse en aanhalige aaibare huisgenoot. Hoewel de Sphynx er haarloos uitziet, is hij niet echt kaal. De naakte huid voelt aan als een zeemleer, maar is vaak bedekt met heel fijn donshaar, wat bijna niet te zien en te voelen is. Door het ontbreken van een vacht voelt de kat heel warm aan. Op de oren, het snuitje, de staart, voeten en scrotum is kort, dun, zacht haar toegestaan, evenals een plukje haar op het uiterste puntje van de staart. Dit laatste wordt wel heel toepasselijk leeuwenstaart genoemd. Snorharen mogen aan- en afwezig zijn.Vooral op de kop komen veel rimpels voor Hoe meer rimpels hoe mooier!

Verzorging
Het is verstandig om de Sphynxen en de met Sphynxen samenlevende andere katten regelmatig de nagels te knippen. Bij wilde kattenspelletjes kunnen de scherpe puntige gedeelten van de nagels de huid van de Sphynx beschadigen. Bovendien moet men de Sphynx regelmatig wassen. Het huidsmeer en het zweet van de katten kunnen vieze vlekken op uw kleding en meubilair geven. Door ze te wassen met een goede shampoo kan men dit voorkomen. Wel moet men proberen uit te zoeken welke shampoo het beste voor de Sphynx in kwestie is. Soms hebben ze, voor een bepaald merk, een allergische reactie. Houd verder de oren goed schoon. Ook tussen de tenen en de kussentjes onder de poot goed wassen. Het is voorgekomen dat op een tentoonstelling de bruine oorsmeer van een Sphynx voor oormijt werd aangezien. En de kat werd geweigerd! Als uw kat veel buiten komt en graag in de zon zit, moet u oppassen. De huid van de Sphynx kan gemakkelijk verbranden.Vooral de lichtgekleurde katten hebben hier last van .Smeer ze daarom in met een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor. Om de lichaamstemperatuur constant te houden moet de Sphynx regelmatig en vrij veel eten. Daarom moet er de hele dag brokjes klaar staan. De Sphynx is echter geen koukleum .Hij kan zomer en winter in een goed afgeschermde tuin of balkon uitgelaten worden.

Kattenhaarallergie
Mensen met een allergie voor kattenhaar kunnen mogelijkerwijs een Sphynx aanschaffen en toch het plezier van een kat in huis beleven. Helaas gaat dit niet altijd op, omdat veel mensen niet alleen voor de haren maar ook voor de huidschilfers van de kat allergisch zijn

Karakter
Sphynxen zijn aanhalige, sociaal ingestelde katten. Ze hebben veel aandacht nodig en er moet goed op hun verzorging gelet worden, want ondanks hun haarloosheid hebben ze veel verzorging nodig. Sphynxen zijn nogal uitbundig in hun spelgedrag. Ze bespringen graag hun ‘’prooi” en als die prooi bestaat uit uw benen, dan zult u merken hoe scherp hun nagels zijn. Clubs: De eerste Sphynxenclub ISBFA werd in 1989 opgericht.

Abessijn

De kinderen der Goden

Copyright tekst : K. v.d. Wijk 
Copyright fotomateriaal: Leslie Wal

 

Toen ik nog bij mijn ouders thuis woonde had ik een grijze huiskat. Die kleur was toen al heel apart en mooi. Ik was erg op het dier gesteld en zorgde ervoor. Toen ik in militaire dienst ging namen mijn ouders die zorg van mij over.

Het was voor mij een schok toen ik een jaar later voor het eerst een Siamees aanschouwde. Zoiets schitterends had ik nog nooit eerder gezien. Ik beloofde mijzelf, dat ik ooit zo een prachtig dier zou bezitten. De tweede schok op kattengebied kreeg ik een aantal jaren later. Ik werkte toen in Beverwijk. Op een show had ik kennis gemaakt met een Beverwijkse Perzenfokster: Omdat ik haar vertelde, dat ik in ons nieuwe huis in Castricum een cattery wilde, nodigde ze mij uit om haar cattery eens te bekijken. Misschien kon ze me dan wat adviezen geven, waarmee ik mijn voordeel kon doen. Nadat we de katten en de verblijven hadden bekeken werd plotseling de deur geopend en wel door een prachtige haaskleurige kat. Oh, daar is Sprietje zei de mevrouw, die gaat altijd zo haar eigen gangetje.

Het bleek een Abessijn te zijn. De enige korthaar van de cattery. Haar naam was Richfarmers Katinka oftewel: Sprietje. Natuurlijk was deze elegante korthaar een kleintje temidden van de forse Perzen. Maar zien de haren van een Abessijn er ook niet uit als sprietjes?

Op mijn vraag of ik uit het volgende nest van Sprietje een kitten mocht hebben zei de eigenaresse: “Dan zul je het zelf moeten fokken, want ik heb alleen maar bastaardjes met deze poes kunnen fokken. Ze laat niets van haar krolsheid merken, maakt zelf alle deuren open en is al op straat gedekt voor ik er erg in heb.” Zo kwam Sprietje bij ons. Ze komt in vele stambomen voor, want een van haar afstammelingen was Ruby Poema, een prachtige sorrel kater die in de zeventiger jaren voor vele nakomelingen zorgde. Zo maakte ik kennis met de Abessijn maar hoe komen we eigenlijk aan dit schitterende kattenras?

Geschiedenis

Engelsen zijn uitstekende fokkers. Zij bezitten dat speciale gevoel, dat de Duitsers ”Fingerspitzengefühl” noemen. Op velerlei fok- en kweekgebied geven de Engelsen nog steeds de toon aan.

De Abessijn is een kattenras, dat in Engeland is gefokt uit inlandse tabbykatten met behulp van Zula, een kat, die er als een wilde kat uitzag en door een zekere mrs. Barret uit het toenmalige Abessynië naar Engeland werd gebracht. Dit gebeurde in het laatste kwart van de negentiende eeuw. Toen bleek, dat Zula jongen kon krijgen met gedomesticeerde katten wist men zo te fokken, dat reeds in 1882 het ras met de prachtige haaskleurige vacht erkend kon worden. Een foto uit 1903 laat al een uitmuntende kat zien van dit mooie ras.

Ondanks de inbreng van gewone huiskatten om de basis voor de Abessijn te leggen, heeft dit ras door de jaren heen iets oorspronkelijks, iets wilds, iets echts behouden. Ik denk, dat het datgene is wat bij mij zo’n schok veroorzaakte toen ik voor het eerst een Abessijn zag.

De rasstandaard, die de aartsvader van de Cat Fancy Harrison Weir in 1889 opstelde is praktisch gelijk aan de tegenwoordige standaard. In de Cat Fancy mag dit heel bijzonder genoemd worden. Als we bijvoorbeeld de Siamese kat van het begin van deze eeuw vergelijken met de tegenwoordige zien we juist een enorm verschil.


Hoewel er voor de tweede wereldoorlog al enige Abessijnen in Nederland waren, begon het fokken van Abessijnen in Nederland in het begin van de jaren zestig. De dames Falkena en Jebbink importeerden uit Engeland enige dieren. Ik heb bij mevr. Falkena thuis nog enige van die eerste importdieren gezien en eerlijk gezegd vielen ze me heel erg tegen. De importpoes Taishun Cleonie had bijvoorbeeld een grote witte vlek. Omdat deze poes vrij veel in het voorgeslacht van de latere Abessijnen voorkomt, kwamen witte vlekken regelmatig voor. Ze vertoonden een voorkeur om tussen de achterpoten en als medaillon op te treden.

Een echte sprong vooruit in het Nederlandse Abessijnenbestand werd pas gemaakt toen mevrouw Falkena de poes Assunta van Ras-Daschan door een echtscheiding van de eigenares wist te verwerven. Assunta was een prachtige Abessijn met een heerlijk karakter. Omdat ook haar zonen voor de fok werden gebruikt komt ze welhaast in alle stambomen van Nederlandse Abessijnen voor. Bovendien was de combinatie van twee van Assunta's kinderen van verschillende vaders, Emir X Bonita, heel geslaagd. Een hele mooie dochter uit deze combinatie, Eva van Mariëndaal, kwam in het bezit van mevrouw La Crois, die er veel succes op shows mee oogstte.

In de jaren zeventig werden veel Abessijnen naar Amerika geëxporteerd en werden ook de eerste Amerikaanse Abessijnen in Nederland geïmporteerd. In latere jaren zouden er nog vele Amerikaanse Abessijnen volgen. Sommige waren een aanwinst voor onze Abessijnen-fok, andere hadden een minder goede inbreng. In het kort gezegd dit: de Amerikaanse Abessijnen brachten ons een prachtige vachtkleur, maar de schitterende lichaamsbouw en de alerte elegante kop met de grote oren van Assunta en haar directe nakomelingen gingen voorgoed verloren.

Bovendien is de ticking niet meer zoals hij vroeger was. De eerste Abessijnen hadden allemaal witte lippen en een witte kin. Ook liep dit wit vaak diep in de hals naar beneden. Dit wit was zo algemeen aanwezig, dat het als bij het ras behorend werd beschouwd. Door de Amerikaanse Abessijn is bij prijswinnende Abessijnen van tegenwoordig dit wit grotendeels of geheel verdwenen!

Karakter

In de eerste plaats moet ik zeggen geen intelligentere kat te kennen. Wanneer men met deze dieren samenleeft moet je er rekening mee houden dat je als mens regelmatig het onderspit zult delven als het op slimheid en intelligentie aankomt. Dat moet je kunnen verdragen anders word je er beslist gek van. Ik heb wel eens een Abessijn teruggekregen, omdat de eigenaren niet tegen de kat waren opgewassen en haar op het laatst niet meer konden verdragen. Ik kan me dat wel indenken.

Een van mijn eerste Abessijnen kon er ook wat van. Op een keer zou ik een dagje op visite gaan. Alles was geregeld: de katten waren verzorgd en er waren beslist geen open ramen in het huis. Voor ik wegreed, werd mijn blik naar het dak van het huis getrokken. Daar liep mijn Abessijn: elegant en met een blik van: zie je me fijn gaan? Probeer dan nog maar eens op tijd op je afspraak te komen! ? Nee dus.....

Hoewel je Abessijnen heel goed in huis kunt houden, verdragen ze het niet om te worden opgesloten. Je moet ze vrijheid en ruimte geven. Een royale buitenren of een afgeschermde tuin met veel klim- en speelmateriaal is het einde. Gewoon loslopen zou nog beter zijn, maar daar moeten de omstandigheden naar zijn, omdat is gebleken dat veel Abessijnen slachtoffers van het verkeer en van diefstal zijn geworden.

Abessijnen zijn meesters in het uitbreken; laat uw nieuwgebouwde buitenren gerust testen door een Abessijn. Hij zal u in korte tijd van elke tekortkoming op de hoogte stellen. Abessijnen zijn heel aanhankelijk en erg op de mens gericht. Daardoor is het mogelijk om een intensief contact met uw kat op te bouwen.

Uiterlijk

De Abessijnen zijn tabby's en zelfs in de meest dominante vorm. De daarbij behorende strepen en banden zijn door selectief fokken grotendeels verdwenen. Abessijnen bezitten tevens het dominante gen voor agouti. Dit betekent dat op iedere haar afzonderlijk een bandering zit met afwisselende donkere en lichte bandjes. Dit wordt ticking genoemd. Een Abessijn moet tenminste twee donkere bandjes per haar hebben.

Door het ticked-tabby patroon is de ticking regelmatig over het lichaam verdeeld, maar de buikzijde is egaal van kleur. Op de kop zorgt het tabby-gen voor een expressieve en duidelijke scarabee. Over de rug loopt meestal een aalstreep, die doorlopend over de staart eindigt in een donkere punt. Aan deze staartpunt kan men de genetische kleur herkennen. Deze zelfde kleur kan men ook vinden aan de achterzijde van de achterpootjes (de laarsjes) en meestal ook aan de voetzolen. Voor determinatie van de kleur zijn de voetzolen niet maatgevend, de staartpunt is dat wel.


De kleur van Abessijnen is zonder meer bijzonder. Hoewel het genetisch slechts één kleur betreft, manifesteert ze zich als twee kleuren. Er is de kleur van de ticking, de staartpunt, de laarsjes en de overige effen gekleurde delen en de kleur van de ondervacht en de buikkleur. De oranje buik- en ondervachtkleur vormt een prachtig en indrukwekkend contrast met de zwarte kleur van de ticking bij de wildkleur Aby.

Aanvankelijk kwamen Abessijnen alleen voor in de kleuren wildkleur en sorrel. Nu zijn ze er ook in blauw, fawn, chocolate, lilac, genetisch rood en genetisch crème, tortie en al deze kleuren ook nog eens met een zilveren ondervacht. Opmerkelijk is dat de Abessijnen over een schutkleur schijnen te beschikken. Ik bedoel daarmee, dat omgeving en licht een grote invloed op hun verschijningsvorm hebben. Ze kunnen als het ware van kleur veranderen.

Eens stond er een buurmeisje bij mij voor de deur en riep: Die groene kat van jou zit in onze tuin! En het was waar: Mijn wildkleur Aby leek op het grote gazon groen. Wat is er mooier dan een Abessijn sluipend door je tuin of zijn langharige tegenhanger de Somali met zijn schitterende pluimstaart in je boom? Als je een tijger zou willen aaien en het leven van een oorspronkelijke kat wilt delen en je bovendien de humor kunt inzien van het feit dat een kat vaak slimmer is dan jij dan kan ik een Abessijn van harte aanbevelen


Ziektes

Voor drie ziektes moet men als fokker extra alert zijn en wel: Progressieve Retina Atropie (PRA), Patella Luxatie (PL) en Amyloidose. PRA betreft een erfelijke oogziekte, die tot blindheid bij het betreffende dier leidt. Daarom wordt door betrouwbare fokkers alleen nog maar met katten gefokt, die op PRA zijn getest en negatief zijn bevonden.

PL is een erfelijke ziekte waarbij de knieschijf uit zijn normale positie springt. Het dier kan dan plotseling niet meer lopen. Daarom moet er slechts met dieren, die een negatieve PL test hebben, worden gefokt.

Amyloidose: dit betreft een opeenhoping van eiwit op een bepaald orgaan. Bij Abessijnen komt nieramyloidose voor. Het ziet er naar uit dat de vatbaarheid voor deze ziekte erfelijk is. Daarom worden foklijnen waar amyloidose in is voorgekomen uitgeschakeld. De symptomen van deze ziekte zijn: geen eetlust, doffe vacht, veel drinken en veel plassen en lusteloos gedrag.


Tentoonstellen

Op shows zijn Abessijnen niet zelden Best in Show winnaars. Dit is niet zo verwonderlijk omdat er in dit ras schitterende dieren voorkomen. Bovendien is hun persoonlijkheid meestal zo imponerend, dat ze in staat zijn de keurmeester volledig om de vinger te wikkelen. Moeilijk te hanteren katten van dit ras komen nauwelijks voor. Al met al zijn Abessijnen zowel als showdier en als gezelschapskat van harte aan te bevelen.

Burmees, Tonkanees, Tiffanie, Tibetaan, Burmilla, Bombay en Asians

 

Katten uit het Verre Oosten?

Copyright tekst : K. v.d. Wijk 

 

Burmees
Toen ik in de jaren zeventig met mijn Siamezen regelmatig tentoonstellingen bezocht, stond ik eens met mijn katten naast een kooi met twee Burmezen. Terwijl mijn Siamezen onder het kussentje in de kooi wegkropen, speelden de Burmezen het hele weekend letterlijk met alles. Het deed er niet toe of het een balletje, een propje papier of de vinger van een bezoeker was, alles was speelmateriaal voor hen. Burmezen zijn dan ook beslist niet schuw maar ondernemend, speels en “open-minded”.

Ze zijn oosters van bouw, bijzonder hard gespierd en bezitten een superkorte glanzende vacht met een satijnachtige structuur en zonder enige streeptekening. Deze vachtsoort is kenmerkend voor dit ras. Vooral bij de oorspronkelijke bruine Burmees kan men deze vachtkwaliteit vinden. Door selectief fokken hebben de meeste “nieuwe” inmiddels ook deze schitterende vachtkwaliteit. De vachtkleur van de Burmees vertoont nuances, die bij geen enkel ander ras voorkomen. De onderkant van het lichaam is lichter van kleur dan de rug en de poten. Die overgang verloopt heel vloeiend. De kleur van de kop en de oren mag contrasteren met de kleur van het lichaam.

Streeptekening (ghostmarking) is alleen tot en met de kittenleeftijd toegestaan. Daarna is het een ernstige fout. Het is daarom heel belangrijk dat men de torties van dit ras heel zorgvuldig op streeptekening bekijkt, omdat dit bij torties minder goed waarneembaar is. En juist bij de torties is streeploosheid van groot belang! De Burmees komt tegenwoordig in vele kleuren voor, zelfs in cinnamon en fawn!

Opvallend is ook, dat de lichaamsbouw en kopvorm uit rondingen bestaat. Hij heeft een ronde borst, een rond staarteinde en afgeronde oortoppen. Bovendien moet de ruimte tussen de oren rond zijn. Dit noemt men de koepel of dôme. De ogen, die wijd uit elkaar staan, zijn groot. Het bovenste ooglid vormt een rechte, schuingeplaatste lijn in de richting van de neus, het onderste ooglid loopt rond. Dit geeft de uitdrukking iets speciaals, hetgeen de fokkers de Burmezen-look noemen. De oogkleur moet geel zonder een zweem van groen zijn. Helaas hebben vele overigens voortreffelijke Burmezen geen sterke oogkleur. Al met al een intrigerend kattenras, maar hoe komen we eigenlijk aan de Burmees?

Geschiedenis
Burmezen stammen uit Zuidoost-Azië (Thailand/Birma) en zijn nauw verwant aan de Siamezen. Reizigers in deze gebieden merken nog steeds de katten van Burmees en Siamees type en kleur in die landen op. En hoewel er verhalen en legenden over Burmezen in omloop zijn, hebben we het ras te danken aan een Amerikaanse psychiater, Dr. Joseph Thomson. Hij fokte al heel lang Siamezen en soms gaf hij een katje aan één van zijn patiënten met de opdracht het katje te verzorgen, zijn gedrag te observeren, er mee te fokken en het zorggedrag van een moederpoes te bestuderen. Op die manier probeerde hij de aandacht van de patiënt te verleggen naar positieve en interessante zaken. Zowaar een uitstekend idee van een psychiater!

Op één van zijn reizen naar Zuidoost-Azië ontdekte hij een bruin katje, dat er uitzag als een donkere Siamees. Hij nam het mee naar Californië en noemde het dier Wong-Mau. Wong-Mau werd gedekt door een Siamese kater en er ontstonden Siamezen en net zulke donkere jongen als Wong-Mau zelf. Later werd Wong-Mau gedekt door één van haar donkere zonen en toen was de verrassing compleet, want er lagen drie verschillende kleuren in het nest: Siamezen, de donkerder katten zoals de ouders en nog donkerder bruine katten die bijna geen pointaftekening vertoonden. Deze donkerbruine katten waren Burmezen.

Uit Burmezen gekruist met Burmezen werden uitsluitend Burmezen geboren. En daarmee werd bewezen dat men met een nieuw ras te maken had. Ook werd hiermee bewezen dat Wong-Mau een hybride was van een Siamees en een tot dan toe onbekend ras: de Burmees. Deze hybriden (zoals Wong Mau) noemen we tegenwoordig Tonkanezen.

Genetisch gezien behoren de Burmees en de Siamees tot de albinoserie. De recessieve genen voor Burmese en Siamese aftekening onderdrukken de volledige pigmentvorming. Daardoor is de kat niet helemaal egaal gekleurd, maar krijgen alleen de points een duidelijke kleuring, al is die lichter dan de originele genetische kleur. Het lichaam krijgt nog minder kleur. Dit verschijnsel geldt voor de Siamees nog sterker dan voor de Burmees. Zo wordt een genetisch zwarte kat met twee genen voor Burmese aftekening een bruine Burmees en een genetisch zwarte kat met twee genen voor Siamese aftekening een seal-point Siamees.


De hybride Burmees en Siamees draagt een gen voor Siamese en een gen voor Burmese aftekening. Deze katten zien er uit als een tussenvorm tussen Siamees en Burmees maar daarover later meer. Uit nakomelingen van Wong-Mau en latere importen uit Burma naar Amerika werden de Burmezen gefokt.

De CFA erkende het ras al in 1936. Pas in 1949 werden de eerste Burmezen in Engeland geïmporteerd door Mrs. L. France: twee poezen en een kater. De GCCF erkende het ras in 1952. Oorspronkelijk kwam de Burmees alleen in de kleur bruin voor, maar al spoedig ontstond (als verrassing) de kleur blauw.

Een beroemde Burmese kater Champion Casa Gatos Darkee, die uit Amerika naar Engeland was gekomen, dekte één van zijn dochters genaamd Chinki Golden Gay. Eén van de kittens bleek niet bruin, zoals werd verwacht, maar blauw van kleur te zijn, men noemde het kitten Sealcoat Blue Surprise. Een toepasselijke naam.

Later volgden de kleuren rood, crème en torties. Deze kleuren ontstonden door kruisingen met een red-point Siamees en met een rode huiskat. Aan het einde van de zestigerjaren werden er opnieuw enige Burmezen uit Amerika naar Engeland gehaald. Hierbij waren ook de nieuwe kleuren chocolate en lilac. De Amerikanen hadden deze kleuren van de Siamezen “geleend”. Aanvankelijk was de vachtkwaliteit van deze nieuwe kleuren ronduit slecht. De vacht was lang en miste de typische zijdestructuur. Door voortdurende terugkruising met de beste bruine en blauwe Burmezen is deze vachtkwaliteit veel verbeterd en tegenwoordig van dezelfde kwaliteit als van de beste bruine Burmees. Daarnaast treft men de laatste jaren cinnamon en fawn Burmezen aan, hoewel deze nog zeer beperkt in aantal zijn.

Tegenwoordig komen de Burmezen in twee nogal verschillende types voor. Het Europese (Engelse) type en het Amerikaanse type. Door verschillende fokideeën over dit ras te volgen zijn de Europese en de Amerikaanse in de loop der jaren uit elkaar gegroeid. De Europese Burmezen zijn wat oosterser van bouw en wat langer van kopvorm dan de Amerikaanse Burmezen. Amerikaanse Burmezen zijn compacter van lichaam en veel korter van kopvorm dan de Europese Burmezen.

Amerikaanse Burmezen zijn bijvoorbeeld gebruikt bij de ontwikkeling van de Exotic Shorthair. Voor beide types zijn er liefhebbers in ons land. Maar het Europese type komt het meest voor. In Frankrijk worden de verschillende typen Burmezen in verschillende klassen gekeurd! Klasse Europese Burmezen en klasse Amerikaanse Burmezen. Maar wat te doen met de kittens die uit ouders komen, die tot beide typen behoren?

De Burmees is een slanke, elegante, goed gespierde korthaar kat met een karakteristieke brede ronde borst en een vriendelijk, aanhankelijk karakter. De kat voelt zwaarder aan dan hij lijkt.

Tonkanezen
"Laat uw Siamees door mijn Burmese kater dekken en u krijgt prachtige kittens met een café au lait kleur!"

Een advertentie met deze tekst verscheen in de jaren zestig regelmatig in een landelijk dagblad en in kattentijdschriften. De Burmese kater was Kevitor Brown Berry en de eigenaar was ene mijnheer Campen uit Den Haag. Hij importeerde in 1963 drie Burmezen uit Engeland. Ik dacht er niet aan om mijn Siamese poes door een Burmese kater te laten dekken, maar het resultaat zouden Tonkanezen zijn geweest.

Tonkanezen zijn kortharige katten, die ontstaan uit de combinatie Burmees x Siamees. Uit de ontstaansgeschiedenis van de Burmees kunt u al ontdekken dat de stammoeder van de Burmees, Wong-Mau, zelf een Tonkanees was. Tonkanezen hebben een gen voor Burmese aftekening en een gen voor Siamese aftekening. Daardoor houdt de kleur van de Tonkanees het midden tussen de bijna effen Burmees en de points van de Siamees. Er is nog contrast tussen de points en de lichaamskleur. De oogkleur mag niet geel of blauw zijn, maar moet turkoois of aquamarijn zijn.

De lichaamsbouw moet het midden houden tussen de lange lichaamsbouw van de Siamees en de gespierde lichaamsbouw van de Burmees. Vooral de eerste generatie raskruising voldoet heel aardig aan de standaard. Als fokker wil je dit aantrekkelijke geheel natuurlijk vasthouden en als ras stabiliseren, maar helaas dat is heel moeilijk, zo niet onmogelijk. Als je nl. Tonkanees x Tonkanees kruist ontstaan er katten met drie verschillende kleuren. 1: Tonkanees gekleurde katten, 2: Burmees gekleurde katten, 3: Siamees gekleurde katten.

Omdat de Burmees wat lichaamsbouw en kopvorm betreft nogal verschilt van de Siamees bestaat het gevaar dat men Siamees getekende dieren met blauwe ogen en een Burmese kopvorm en lichaamsbouw krijgt en omgekeerd. Ook de Tonkanezen kunnen nogal verschillend zijn. Soms zijn ze meer Burmees, soms meer Siamees van type.

Vroeger werden de Burmees gekleurde dieren uit deze combinaties als Burmees en de Siamees getekende dieren als Siamees geregistreerd. Gelukkig gebeurt dit nu niet meer. Naar Amerikaans (TICA) voorbeeld worden alle dieren uit de combinatie Tonkanees x Tonkanees nu als Tonkanees geregistreerd en wel als volgt: De Burmees getekende dieren worden Sepia Tonkanezen genoemd, de Siamees getekende dieren worden Point Tonkanezen genoemd en de Tonkanezen worden Mink Tonkanezen genoemd. Alle dieren uit een dergelijke combinatie zijn en blijven tegenwoordig Tonkanezen en mogen ook alleen voor de fokkerij van Tonkanezen worden gebruikt.

Hoewel niet eenvoudig, moet het mogelijk zijn om met als uitgangspunt een brede basis van katten, veel geduld en fokkersgeluk, een populatie van Tonkanezen te fokken, die wat type betreft aan de standaard voldoet en fokzuiver is. Omdat Burmezen en Siamezen niet tot dezelfde rasgroep behoren dient u, voordat u deze combinatie wilt gaan doen, hier eerst schriftelijk toestemming voor te vragen bij de stamboekcommissie. Hetzelfde geldt ook voor een uitkruising van een Tonkanees. De Tonkanees is ontstaan uit de kruising van Siamees x Burmees. De ideale Tonkanees is een kat, die zowel wat type als aftekening betreft tussen de Siamees en de Burmees in zit. Het is een alerte, actieve, goed gespierde korthaar kat met een vriendelijk karakter. Hij ontwikkelt zich langzaam en is pas op de leeftijd van 2 jaar helemaal uitgegroeid

Tibetanen
De Tibetaan is een Tonkanees met een halflange vacht met een fijne glanzende zijdestructuur en heel weinig ondervacht.

Daardoor valt de vacht sluik langs het lichaam. De staartharen zijn wat langer.

De Tibetaan is in Nederland ontwikkeld en is voortgekomen uit Tonkanezen en Balinezen.

Door op vachtlengte en de Tonkanese kleur te selecteren is het in enige generaties gelukt om een Tonkanees met een halflangharige vacht te fokken.

Het is een aantrekkelijke kat met hetzelfde nieuwsgierige en ondernemend karakter als de Tonkanees.

Asians
Sinds enige jaren worden er in Engeland katten van het Burmese type gefokt, die een ander patroon, vachtkleur of haarlengte hebben dan de Burmees. Hieronder vallen bijvoorbeeld de effen gekleurde katten zoals de Bombay, de zilvergekleurde Burmilla, de Asian smoke, de Asian tabby’s en ook de halflangharige Burmees, de Tiffany. [De Singapura valt er niet onder, maar is ook afgeleid van de Burmees.]

Asians zijn katten van het Burmese type, maar zonder of de Burmese vachtkleur, of het Burmese patroon of de Burmese haarlengte.

Tot de Asians behoren: Asian self, effen variëteiten inclusief Bombay Burmilla, de shaded en tipped variëteit Asian smoke, Asian tabby’s, met ticked, spotted, mackerel of het blotched patroon. Tiffanie, de halflanghaar variëteit van de Burmees en Asian.

Bombay
De Bombay is een lakzwarte kat. De kat is van gemiddelde grootte met een heel korte vacht die glimt als een spiegel. Hij is in Amerika gefokt met behulp van Burmezen en zwarte American Shorthairs.

Het doel was een kat te creëren, die op een zwarte panter leek. De ogen steken fel af tegen de zwarte vacht want ze zijn goudachtig geel tot diep koper van kleur. Het ras werd al in 1976 erkend en is regelmatig in Europa op tentoonstellingen te bewonderen.

Burmilla
De Burmilla is ontstaan uit een ongeplande kruising van een Chinchilla Pers en één lilac Burmees. De fokster was zo gecharmeerd van een van de kortharige zilverkleurige kittens dat ze het plan opvatte om er een nieuw ras mee te creëren. De Burmilla is een agouti kat met een zilverkleurige ondervacht. De shading of tipping kan verscheidene kleuren dragen zoals zwart, blauw, chocolate en lilac. Ook rood, caramel en torties in verschillende kleuren zijn mogelijk.

De lichaamsbouw en kopvorm zijn die van de Burmees. Op het voorhoofd is een duidelijke M (scarabee) te zien. De pootjes zijn lichtelijk van streepjes voorzien en de enigszins geringde staart eindigt in een eenkleurige punt waaraan men de genetische kleur kan herkennen. Op dit moment zijn er nog heel weinig Burmilla’s in Europa. In Denemarken is er een fokster die zich al enige jaren intensief met het ras bezighoudt. Om de kleur zilver zuiver te houden moet men steeds zilver x zilver fokken, daardoor wordt de genenpool klein. Ook ontstaan er in sommige nesten Burmilla’s met een golden ondervachtkleur.

Al met al een heel mooie vertegenwoordiger van de Asian groep. De tabby en smoke groep Asians is in Engeland heel populair, maar komt in Europa nog niet dikwijls op shows voor. Het zou interessant zijn als er eens een groep fokkers zou komen die zich gezamenlijk voor deze katten zou gaan interesseren. Ik schrijf met opzet GROEP fokkers omdat alleen als men gezamenlijk en in goed overleg iets nieuws begint, men succes kan oogsten. Men moet dan fokprogramma’s maken en elkaar de beste dieren toespelen. In de loop der jaren heb ik alleen van op deze manier gevoerde fokprogramma’s mooie en blijvende resultaten gezien.

De Burmilla mag zowel tipped als shaded zijn, maar er moet nog wel duidelijke tipping aanwezig zijn. Op de staart en de voeten nog tabby-aftekening, maar met zo weinig mogelijk tabbyaftekening op het lichaam; een open halsband en iets aftekening op de buik is toegestaan. De voorkeur wordt gegeven aan dieren met een gelijkmatige tipping.

Blauwe Rus

De kat, die uit het hoge, koude Noorden kwam

Blauwe, Witte, Zwarte Rus en de Nebelung

 

Copyright tekst : K. v.d. Wijk 

 

Met de zilverachtige weerschijn op een grijsblauwe “dubbele” vacht, de bedachtzame amandelvormig groene ogen en het trotse wezen onderscheidt deze blauwe kat uit Noord Europa zich van alle andere raskatten!

De Blauwe Rus is een gespierde, elegante en middelgrote kat op lange elegante poten met kleine ovale voetjes. De voetzooltjes zijn blauw van kleur evenals het neusleertje. De staart is aan de basis vrij dik en loopt taps toe. De wigvormige kop valt op door de verticaal geplaatste oren, de vlakke schedel en de duidelijke snorhaarkussentjes. Het voorhoofd en de neuslijn maken een duidelijke convexe hoek ter hoogte van de bovenste oogrand. Er mag geen stop of deuk zijn en geen recht profiel. De neuslijn vertoont een lichte glooiing.
Maar het opvallendste en meest kenmerkende van de Blauwe Rus is toch zijn dubbele vacht! Wat wordt er eigenlijk bedoeld met een dubbele vacht? De vacht van de Blauwe Rus kun je vergelijken met pluche! Dat wil zeggen dat de ondervacht en de bovenvacht van gelijke lengte zijn. En die ondervacht is verend! Als men de vacht borstelt, veert de vacht vanzelf terug, welke kant men haar ook uitborstelt. Omdat de uiteinden van de bovenvacht niet gekleurd zijn, lijkt het of de vacht is overgoten met een laagje zilver! Dit effect komt vooral tot uiting wanneer de zon op de vacht schijnt.

Deze bijzondere vachtstructuur komt bij geen enkel ander ras voor. De standaard schrijft dan ook heel veel punten aan de vachtstructuur voor, namelijk 30! Dit betekent dat aan de vacht zoveel waarde wordt gehecht, dat aan een kat met een enkele, dunne vacht nooit een certificaat kan worden toegekend. Om de vacht van de Blauwe Rus te kunnen beoordelen moet men de vacht voelen. Pas dan ervaart men de zachtheid, de dichtheid en de bijzondere kwaliteit. Grijsblauwe katten komen in verschillende nuances van de blauwe kleur voor. Bij de beoordeling wordt bij de Blauwe Rus de voorkeur gegeven aan de middelblauwe kleur. De vacht moet egaal blauw, zonder ghostmarking en natuurlijk zonder enig wit zijn.

Karakter
Het karakter van de Blauwe Rus is vriendelijk en aanhankelijk, maar hij is erg op zijn rust en zijn vertrouwde omgeving gesteld. Daarom zijn ze op shows wel eens wat nukkig. Het zijn speelse katten, die graag apporteren en met balletjes spelen. Het zijn ideale katten voor een gezin, omdat ze zowel met andere dieren als met kinderen kunnen samenleven.

Onderhoud
Omdat de vacht kort is, vergt zij niet veel onderhoud. Dagelijks met vochtige handen de dode haren verwijderen is prima voor de vacht en slechts zo nu en dan borstelen met een zachte borstel. Borstelen is beter dan kammen. Teveel en te vaak borstelen en kammen is beslist niet goed. Hoewel de Blauwe Rus maar een vrij klein ras vertegenwoordigt, staat hij heel hoog in de lijst van veel gevraagde raskatten.

Als men echter een Blauwe Rus kitten zoekt, zal men ervaren dat er moeilijk aan te komen is. Het ras wordt niet in grote aantallen gefokt, en de fokkers zijn nogal precies in het plaatsen van hun kittens. Men zal er dus veel moeite voor moeten doen om er één te bemachtigen. Heeft men er niet veel tijd en moeite voor over om een Blauwe Rus kitten te bemachtigen, dan troost men zich al gauw met een blauw kitten van een ander ras. En dat is nu juist een bescherming van het ras.
Geschiedenis
In het Vikingmuseum te Parijs bevinden zich enige kledingstukken, die eertijds gedragen zijn door Vikingen. Uit onderzoek bleek, dat handschoenen en mantels, die zich in dit museum bevinden uit grijsblauw kattenvel waren vervaardigd. De dubbele vacht van de blauwe kat uit het Hoge Noorden bleek bijzonder geschikt te zijn om de Vikingen tegen koude en vocht te beschermen op hun lange zeetochten in open schepen. Ook werden er liederen ontdekt, waarin de minstrelen uit de noordelijke streken (zoals Noorwegen, Zweden, Finland en Noord Rusland) over de blauwe katten zongen.  

De godin Freya werd voorgesteld als rijdend op een kar getrokken door katten. Maar de belangrijkste taak van de kat was natuurlijk de voorraden van de boeren te beschermen tegen de vraatzucht van rat en muis! Omdat katten als scheepskatten werden meegenomen, bleven er natuurlijk ook zo nu en dan scheepskatten in havensteden achter. De grijsblauwe kleur oefende altijd al een zekere aantrekkingskracht op de mens, hierdoor werden ook deze blauwe katten door kattenliefhebbers opgemerkt, meegenomen en goed verzorgd. Men noemde deze katten Russische katten, Archangelsk katten, Maltese katten, Spaanse blauwe katten, of Foreign Blue. Dit laatste betekent: niet Engelse blauwe katten.

Pas na de Tweede Wereldoorlog werd de benaming Russian Blue officieel voor dit ras. In het Nederlands is de benaming Blauwe Rus. Al in de periode van de eerste kattenshows in Engeland werden ze tentoongesteld. Ze kwamen uit in de klasse: Blauwe Korthaarkatten, samen met de Brits Blauwe Katten. Omdat zowel de lichaamsbouw als de vachtsoort van deze beide rassen enorm verschilden, kwamen de Blauwe Russen niet goed aan bod. Toch duurde het nog tot 1912 voordat de beide rassen in verschillende klassen werden ingedeeld namelijk in British Blue en Foreign Blue.

Een van de eerste fokkers van de Blauwe Rus was mrs. Carew-Cox. Ze woonde in Saffron –Walden in Essex. Zij fokte de bijzondere blauwe katten systematisch en importeerde zelfs een paar katten uit Archangelsk! Enige van haar katten waren: Olga King Vladimir, Fashoda en Moscow. Uit de combinatie van Olga en King Vladimir werd de kater Bayard geboren. Later in dit artikel komen we op Bayard terug.

Tot de Tweede Wereldoorlog werd er regelmatig in Engeland met het ras gefokt. Enige namen van fokkers uit die tijd zijn: Lady Alexander of Ballochnyle, Lady Coryton, mrs. Herring, mrs. MacLaren Morrison. Helaas waren er na de Tweede Wereldoorlog nog maar weinig Blauwe Russen over. Met de weinige dieren die er nog waren startte Miss Rochfort haar Dunloe cattery. De Dunloe Blauwe Russen werden heel bekend en verscheidene van haar katten gingen naar Amerika en werden de grondleggers van de Amerikaanse Blauwe Russen.

Maar helaas waren er zo weinig Blauwe Russen over, dat men niet genoeg materiaal had om binnen het ras te blijven fokken. Uit nood werden er daarom blue point Siamezen en British Blue’s gebruikt om het ras te versterken. In die dagen was de Siamees nog niet zo extreem van type als de Siamees van tegenwoordig, maar de vachtkwaliteit was wel een heel andere dan die van de Blauwe Rus! Door de uitstapjes naar de Siamees verloor de Blauwe Rus enige fundamentele kenmerken. Het ras ging meer lijken op de oosterse blauwe kat. Maar Oosters Blauw bestond toen nog helemaal niet!

Zweden
In dezelfde naoorlogse tijd besloten Scandinavische fokkers ook Blauwe Russen te gaan fokken. Ze beschikten over een effen blauw katje Pierrette.[geb.in1941] Na langdurig overleg besloot men haar bij gebrek aan een Blauwe Rus kater te laten dekken door een seal point Siamese kater (Longfellow of Annam), die de factor voor de blauwe kleur droeg. Pierrete’s bekendste nakomelingen waren de kater Casimir von Elsdorf en de poes Muzette of Rossia.

Van deze Zweedse lijn is bekend, dat ze prachtige groene maar te ronde ogen hadden en een schitterende zilverglans en enige ondervacht hadden. Helaas hadden ze ook een onberekenbaar karakter! Vanuit Zweden werden er Blauwe Russen naar Amerika geëxporteerd en ook twee naar Nederland.

Duitsland
In Duitsland werden in de jaren zestig van de vorige eeuw door Frau G.Wehl uit Stuttgart Blauwe Russen gefokt onder de catterynaam v.d. Solitude. Ze was eigenaar van een Deense kater: Igor of Finlandia. Deze kater was gefokt door Lis Langberg.

Een andere bekende Russenfokster uit die tijd was Frau Doris Fassl uit Lubeck. Ze fokte onder de catterynaam Van de Laurentziburg. Frau Fassl ontwikkelde een eigen Blauwe Russenlijn met behulp van een blauwe poes van onbekende afstamming en een zwarte huiskater. Later importeerde ze uit Denemarken nog enige Blauwe Russen om haar cattery van nieuw bloed te voorzien.Uit haar cattery kwam ook een kater naar Nederland: Delgado v.d. Laurentziburg.

Amerika
De Amerikaanse fok van Blauwe Russen begon in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw met katten uit Scandinavië en Engeland. Bekende cattery’s zijn Katzenburg, Beaver, Rindy’s Heaven, Tzar Blue.Scimitar. Uit Amerika kwamen verscheidene Blauwe Russen naar Europa.

De geschiedenis van de Blauwe Rus in Nederland
In de beginjaren zestig ontdekte de Haarlemse Siamezenfoksters mevr. A Smis- de Bruyn een blauwe poes in haar achtertuin. Toen bleek dat het een zwerfpoes was, werd ze liefderijk opgenomen door mevr. Smis. Ze noemde haar Tamara. Tamara werd geregistreerd als 16a Blauwe Rus. Later wist Mevr. Smis nog een blauwe poes –Morina - te bemachtigen. Er werden plannen gemaakt om met Tamara en Morina te gaan fokken en daartoe werd de hulp van de toenmalige voorzitter van Felikat, dr. Doeksen ingeroepen.

Omdat er in Nederland geen blauwe kater beschikbaar was, werd als partner een blue point Siamees geadviseerd. Dit werd voor Tamara de blue point Siamees Apollo van de Haymostam en voor Morina de blue point Siamees Helsby Kim Ching. Er werden volledig blauwe nestjes uit deze combinaties geboren. Uit de combinatie Morina x Helsby Kim Ching werd o.a. de Blauwe Russische kater Jascha van Taras Bulba geboren. Deze kater werd vrij vaak voor de fok gebruikt.

Maar door het infokken van Siamese katers waren de Nederlandse Blauwe Russen eigenlijk oosters blauwe katten. De meeste droegen ook een factor voor de Siamese aftekening en er werden dan ook regelmatig Siamese kittens in nesten geboren, waarvan beide ouders Blauwe Russen waren. Men hoopte, dat alles zou anders worden toen er een poes (Porthallae Russian Ohlga) en een kater (Dalecarlia’s Blue Star) uit Zweden werden geïmporteerd. Beide dieren hadden een volledige vier generaties lange Blauwe Russen stamboom!
Samen met het Nederlandse Blauwe Russen bestand wilde men het ras een stevige basis geven. Maar helaas in de vijfde generatie kwamen bij beide katten Siamezen voor. De kater vererfde de siamfactor al in zijn eerste nest met een poes van Nederlandse afstamming en met een bewezen siamfactor. Ohlga kreeg een nest van vier blauwe poesjes van Star in 1967. Helaas was Ohlga niet zo’n goede moeder en moesten de kittens door een andere poes (Maroesja van Taras Bulba) worden gezoogd. Ohlga werd niet meer voor de fok ingezet en ook Stars dekkatercarrière was na deze twee nestjes voorbij.

Star was niet alleen drager van de siamfactor, maar hij had ook een onvoorspelbaar karakter. Met de kittens van Ohlga en Star werd nog wel doorgefokt. Gelukkig waren de kittens door de opvoeding van Maroesja lieve betrouwbare katjes geworden. Intussen was men in Engeland tot de conclusie gekomen, dat men wel heel ver verwijderd was geraakt van de oorspronkelijke Blauwe Rus. De katten waren door de inbreng van Siamezen veel te oosters geworden. Bovendien was de dubbele vacht verdwenen.

Tevens waren er fokkers begonnen met het creëren van de groep Oosterse Kortharen, de groenogige tegenhangers van de Siamezen! Men besloot het roer om te gooien en terug te gaan naar de Blauwe Rus van weleer. Ook in Nederland wilde men naar het oude type terug. Dhr. Ad Thomas importeerde de Engelse kater: Hengist Blue Gentleman uit Engeland en dhr. Berkenpas (cattery Bernardin de St.Pierre) importeerde uit Amerika o.a.de kater Scimitar Popov. Met deze katers kon men weer verder en er werd dan ook druk gebruik van gemaakt.

De Blauwe Rus werd weer de Blauwe kat uit het Hoge Noorden van weleer! Afstamming van Hengist Blue Gentlemangefokt door mrs. N Fiske Engeland: Vader: Hengist Stroganoff, grootouders: Ch. Petrovas Nilgin Boy x Ch. Sylphides Maryinska. Moeder: MeadliamTarragon, grootouders: Jennymay Einar x Meadliam Unicorn

Afstamming van Scimitar Popov gefokt door mrs. S. Robbins USA: Vader: Hy Lyne’s Mister Lucky, grootouders: Gr.Ch. Velva’s Sky Chief x Gr.Ch.Hy Line’s Blu-Bonnet Moeder: Hy Lyne Stardust, grootouders: Gr.Ch. Velva’s Sky Chief x Gr.Ch. Velva’s Silver Queen

De Witte en Zwarte Rus
Dick en Mavis Jones, bekende Australische Blauwe Russen fokkers, hoorden in de jaren zestig van de vorige eeuw, dat er ergens in Rusland en wel in Siberië witte katten leefden, die qua verschijningsvorm op de Blauwe Rus leken. Dit idee fascineerde hen en ze besloten Witte Russen te gaan fokken. Deze katten mochten slechts in kleur van de Blauwe Rus verschillen.

Er werd een fokprogramma opgesteld met een witte huiskat als grondlegster van het ras. Na vijf jaar experimenteren konden ze in juni 1976 op een tentoonstelling in Sydney vijf volwassen Witte Russen en een nestje met twee Witte en twee Blauwe Rusjes tentoonstellen. Als verrassing ontstond in de derde generatie blauw x wit kruising een zwart katje. Hieruit bleek, dat de witte oermoederpoes onder haar witte vacht genetisch een zwarte kat was.

Ook in de zwarte kleur werd doorgefokt en in 1984 bestonden er Zwarte Russen in de cattery van Dick en Mavis Jones met op hun stamboom vier generaties Zwarte Russen. Vanuit Australië kwamen enige Witte en Zwarte Russen naar Europa. Helaas zijn ze hier niet echt populair geworden. In Australië ziet men de Witte Rus nog regelmatig op tentoonstellingen.

De Nebelung
In 1981 werd een zwervende zwarte huispoes door ene familie Hruza in Denver Colorado liefderijk opgenomen. Na korte tijd werden er twee zwarte kittens uit deze poes geboren. De zoon van de bekende kattenfokster Cora Cobb, kreeg een poesje uit dit nestje. Het werd een mooie zwarte poes met een glanzende zwarte vacht. Ze werd gepaard aan een Blauwe Rus en er werden zes kittens geboren in de kleuren zwart en blauw.Toen Cora Cobb het nestje bekeek, ontdekte ze dat één van de blauwe kittens langharig was. Het was een katertje, ze nam hem mee en ze noemde hem Siegfried. Het volgende nest van dezelfde combinatie leverde een langharig blauw poesje -Brunhilde- op. Ook dit kitten ging naar Cora Cobb. Uit de combinatie Siegfried x Brunhilde werden op 25 augustus 1986 drie halflangharige blauwe kittens geboren. Daarna vroeg ze de TICA het nieuwe ras te mogen promoten. Ze noemde het ras Nebelung, omdat ze die naam goed vond passen bij het uiterlijk van de dieren. Ze zei: “De nevelkleurige vacht omgeeft het lichaam als een stralenkrans”.Maar Siegfried, Brunhilde en Nebelung verwijzen natuurlijk ook naar een opera van Richard Wagner. De geneticus van de TICA, dr. Solveig Pfluger hielp haar met het opzetten van een fokprogramma en samen schreven ze de rasstandaard. In september 1987 werd die standaard door de TICA aanvaard. Een enkele keer verschijnen de Nebelungen op Europese Shows.





Chartreux

Blauwe kat uit Frankrijk

Copyright tekst : K. v.d. Wijk 

 

Op het vaste land van Europa waren natuurlijk ook huiskatten en die werden Europees Korthaar genoemd . In Frankrijk was binnen het huiskattenbestand een kat bijzonder geliefd nl. de effen grijze [blauwe] huiskat. De kleur blauw is in het kattenbestand bijzonder en heel mooi in zowel een kortharige als een langharige vacht. Deze blauwe kat werd Chartreux [Karthuizer] genoemd.

Wat de tegenwoordige Karthuizer betreft is de afstamming niet helemaal duidelijk. Van oorsprong is het een blauwe huiskat, maar door gebrek aan fokmateriaal zijn er in de afgelopen jaren nogal eens Blauwe Britten ingefokt. Alleen in Zuid Frankrijk en Italië treft men soms nog een originele Chartreux aan.

Geschiedenis

De naam Karthuizer wordt al heel lang gebruikt voor [grijze] blauwe katten. Ik weet nog dat ik in de vijftiger jaren van de vorige eeuw een grijs kitten mocht uitzoeken bij de buren. De moeder van het nest was een gewone zwarte huispoes en het enige grijze katje in het nest vond ik meteen prachtig. Blauwe katten zag je toen nog maar heel sporadisch. Mijn vader handelde o.a. in graan en we hadden een kat nodig om muizen te verjagen.

Een vriend van mijn vader was dierenarts en hij adviseerde ons om het katje tegen kattenziekte te laten inenten. Dat gebeurde en op het inentingsbewijs vulde hij bij ras: Karthuizer in. Ik had van die naam nog nooit gehoord maar hij vertelde mij, dat alle kortharige grijze katten Karthuizers waren. Weer wat geleerd

 De naam Karthuizer of Chartreux wordt ook heden nog vaak voor een blauwe Brit gebruikt. Hoewel dat natuurlijk tegenwoordig een verkeerde benaming is voor een blauwe Brit. Maar wat is dan eigenlijk een Karthuizer/Chartreux?

Van oorsprong is het een Franse kat: Chartreux dus. En hoewel het een en ander over de geschiedenis van deze kat bekend is, is er ook veel van de geschiedenis afkomstig uit de fantasie van de fokkers. Zo wordt er beweerd dat ze oorspronkelijk uit Afrika kwamen en dat ze door Kruisridders naar Europa zijn gebracht. Ze zouden door Karthuizer monniken stelselmatig zijn gefokt [vandaar de naam]. De Chartreux zou de nationale Franse kat zijn.

Allemaal sprookjes om het ras interessant te maken, feit blijft dat het begin van de selectieve fok van de Chartreux in het eerste kwartaal van de vorige eeuw ligt. De zusjes Suzanne en Christine Leger ontdekken op het eiland Belle-Illes, waar ze op een boerderij woonden, enkele fraaie in het wild levende grijze [blauwe] katten. Ze besloten met deze katten te gaan fokken. Ook brachten ze hun mooiste en liefste katten uit op tentoonstellingen.

Een van die allermooiste katten heette Mignonne de Guerveur. Toen deze kat in 1933 veel succes oogste op een Parijse tentoonstelling kwam de belangstelling voor dit ras pas echt op gang. Natuurlijk was de Tweede Wereldoorlog funest voor de kattenfokkerij. Na de oorlog waren er maar een paar Chartreux’s over. Om het ras weer op te bouwen maakte men gebruik van gewone –voornamelijk grijze- huiskatten, maar ook werden er uit Engeland blauwe Britten voor de fok van de Chartreux ingezet. Daardoor verdween de echte Chartreux voor een deel. Uit de beschikbare katten werd door enthousiaste fokkers de echte, oorspronkelijke Chartreux weer teruggefokt.

Ik wil u graag wijzen op een boek van de Franse schrijfster Colette [ze schreef o.a. Gigi en Cheri] genaamd: La Chatte. Het verhaal gaat over een pas getrouwd jong paar. De man heeft zijn geliefde blauwe kat meegebracht in het huwelijk. Maar de jonge vrouw is jaloers op de aandacht en liefde, die de man voor de kat heeft. De gevolgen laten zich raden!!

Tegenwoordig tref ik de echte Chartreux nog wel eens op tentoonstellingen in Zuid Frankrijk en Italië aan. Maar ook in Nederland is er een herleving van de Chartreux op komst. Enige fokkers proberen met behulp van importen het ras hier weer van de grond te krijgen. Ik hoop van harte dat het hen zal lukken en dat ze enthousiaste medefokkers zullen vinden.