HOE WORD JE KEURMEESTER

Heb je er weleens aan gedacht om keurmeester te worden? Lees dan zeker verder….. Keurmeester word je niet zomaar. Er gaat een hele weg aan vooraf. Je moet namelijk wel aan een aantal eisen voldoen.

Ten eerste moet je drie jaar fokervaring hebben en ook wel met enige regelmaat shows bezoeken. Ten tweede heb je zeven stewardverklaringen nodig. Je moet dus op een show gaan ‘stewarden’ bij een keurmeester. De steward helpt de keurmeester tijdens de show. Aan het eind van de dag krijg je een stewardverklaring. Je moet zeven stewardverklaringen verzamelen onder vijf verschillende keurmeesters. Twee van de zeven mag je halen door het helpen op het secretariaat. In de tijd dat je steward bent mag je wel zelf showen met je katten op dezelfde show.

Heb je de zeven stewardverklaringen dan mag je de volgende stap zetten; het leerling keurmeesterexamen en het genetica-examen ( je kunt je voor deze examens inschrijven via deze website en je vindt hier ook informatie betreffende de inhoud van de examens). Voor het leerling keurmeesterexamen moet je namelijk van alles weten over de kat, showen en titels. Het zijn algemene vragen, maar ook wel een paar eenvoudige geneticavragen. Het genetica-examen gaat over de vererving van kleuren, vachtpatronen, afwijkingen enz.. Aan te bevelen is de geneticacursus van het NOK die één keer per jaar wordt georganiseerd. Je krijgt dan vier avonden les met heldere uitleg over de betekenis van de genetica, afwijkingen, vachtstructuren, kleuren en stamboom lezen. Een aanrader is het geneticaboek van Jan van der Steen; ‘kattengenetica voor keurmeesters en fokkers ‘. Een boek met veel informatie en kennis die je zeker nodig hebt. Dit boek is bij ons te bestellen ( zie studiemateriaal) en wordt ook bij de cursus gebruikt.

Ben je voor beide examens geslaagd dan mag je gaan leerlingen. Je vraagt bij een vereniging of je mag komen leerlingen voor een bepaald ras. De vereniging vraagt dan aan de keurmeester die dat ras zal keuren of je bij hem/haar mag leerlingen. Je zit dan de hele dag naast de keurmeester en probeert zoveel mogelijk te leren. Meestal begin je met het ras dat je zelf fokt. Je mag tussendoor vragen stellen en de keurmeester zal je ook ‘bijpraten’ over kenmerken en bijzonderheden van het te keuren ras. Waar je op moet letten, wat goed is en wat niet. Je mag de keurmeester tijdens het keuren niet storen maar je kunt wel van te voren vragen of je tijdens het keuren vragen mag stellen. Aan het eind van de show schrijft de keurmeester een leerlingverklaring. Je hebt minimaal zeven leerlingverklaringen (van één ras of rasgroep) nodig voordat je in kunt schrijven voor het volgende examen; het ras theorie-examen. Het wordt zeker op prijs gesteld als je fokkers van het ras waar je examen voor wilt gaan doen thuis bezoekt.

Wanneer je eenmaal aan het leerlingen bent mag je jouw katten niet meer showen op dezelfde show!

Eenmaal geslaagd voor je eerste ras theorie-examen volgt het praktijkexamen. Je vraagt bij een van de verenigingen zelf een praktijkexamen aan. Er moeten dan minimaal 20 en maximaal 25 katten van het ras (of de rasgroep) waar je examen voor gaat doen op de show aanwezig zijn. Natuurlijk moeten er ook voldoende examinatoren aanwezig zijn. De katten die je gaat keuren tijdens je praktijkexamen worden ook door een keurmeester of meerdere keurmeesters beoordeeld. Aan het einde van de dag worden jouw keurrapporten vergeleken met die van de keurmeester(s). Als je slaagt betekent dit dat je dan officieel keurmeester bent! Maar natuurlijk alleen voor het ras waar je examen in hebt gedaan. Indien je zakt dan moet je eerst weer twee keer leerlingen voordat je opnieuw een examen aan kunt vragen. Eenmaal geslaagd hoop je natuurlijk dat je uitgenodigd zult worden door een vereniging om op een show te komen keuren.

De kans om uitgenodigd te worden wordt groter als je meerdere rassen mag keuren. Je kunt dus nu, nadat je het eerste ras gehaald hebt, verder gaan met leerlingen voor een volgend ras. Je begint dus weer van voren af aan. Het enige verschil is dat vanaf het tweede ras vijf leerlingverklaringen voldoende zijn.

Om allround keurmeester te worden leg je dus een lange weg af. Je doet dit dus niet ‘even ‘. Uit ervaring kunnen wij zeggen dat het een mooie hobby is en met de nodige passie voor al die prachtige katten kom je er zeker. Het is en blijft een mooie uitdaging!